7 August 2017

Buitengaats maker in beeld: Aimée de Jongh

DutchCulture brengt makers in beeld die internationaal gaan. Deze keer: animator/striptekenaar Aimée de Jongh (1988) exposeert in Jakarta.

Ruim 4000 Nederlandse makers en organisaties met internationale ambities gaan jaarlijks Buitengaats. DutchCulture brengt ze in een reeks interviews in beeld. Deze keer: animator/striptekenaar Aimée de Jongh (1988) exposeert in het Erasmus Huis in Jakarta. 

Waar kennen we je van en wat ga je doen in het buitenland?
Ik heb de succesvolle strip De Terugkeer van de Wespendief gemaakt. Dat boek is verfilmd door de AVRO/TROS en zorgde ervoor dat ik ook internationaal doorbrak. Het kwam uit in Amerika, Canada, Engeland, Frankrijk, Spanje en Servië. Sindsdien ben ik veel uitgenodigd voor interessante festivals en events. Zo kwam ook een tentoonstelling in Jakarta op mijn pad, op uitnodiging van de Nederlandse ambassade. In Jakarta staat het Erasmus Huis, een culturele venue gericht op Nederlandse kunstenaars. Op 7 augustus 2017 opent daar een tentoonstelling met mijn voornaamste strip- en animatiewerk samen met één van mijn helden, Peter van Dongen. Peter is een striptekenaar die al even meegaat, en is vooral bekend van zijn serie Rampokan, getekend in de stijl van de klare lijn. Hij tekent momenteel een klassieke Franstalige serie: Blake & Mortimer. Ik ben ontzettend vereerd om samen met hem te exposeren. Vlak voor de opening vindt in Jakarta ook de Popcon plaats. Dat is één van de grootste stripbeurzen, of comic cons, in Azië. Samen met de Nederlandse ambassade hebben Peter en ik een stand waar we ons werk en de expositie promoten.

Wat heeft het internationaal werken je gebracht?
Ik ben er vooral achter gekomen dat er op het gebied van strips in het buitenland veel meer mogelijkheden zijn dan in Nederland. De Nederlandse striplezer is nog steeds heel erg bezig met de Donald Duck, Suske en Wiske en Lucky Luke. Inmiddels zijn er veel meer prachtige, diepgaande stripboeken, die zich in beeldkwaliteit en verhaal kunnen meten met de Netflix-series van tegenwoordig. Dit soort strips zijn echter totaal niet bekend hier. Ik kwam er ook achter dat in het buitenland veel meer vrouwelijke tekenaars en veel meer jonge tekenaars werken. Waar in Nederland de stripwereld nog echt een mannenwereld is, waar ik dus niet echt bij pas, zijn er in Amerika en Canada bijna meer vrouwelijke striptekenaars dan mannelijke. Dat vond ik erg interessant, en ik voelde me ook meer thuis op de festivals daar.

Wat is de grootste les die je hebt geleerd van internationaal werken?
Mensen in de strip- en animatiewereld zijn superaardig en loyaal en hebben ongeacht hun afkomst een grote passie voor hun vak. Ik sprak laatst in Parijs een jongen uit Libanon. Zijn vader was overleden aan een hersentumor toen hij 20 was. Om het te verwerken had hij een strip van 4 pagina's gemaakt, die hij aan me liet zien. Ik had in de tijd dat mijn vader overleed ook mijn verdriet verwerkt in strips, precies op dezelfde manier. Ik vond het ontroerend dat we, ondanks dat we elkaar niet kenden en in een hele andere omgeving waren opgegroeid, we allebei naar strips grepen om ons verdriet een plek te geven. Het laat zien hoe striptekenaars van hun vak houden, en altijd zullen blijven tekenen, of ze er nu voor betaald worden of niet.

Wat raad je andere makers aan die buitengaats willen gaan? 
Ga zoveel mogelijk landen zien en praat met de mensen! Ga niet naar de toeristische plekken maar dompel je onder in de cultuur. Je wordt er een rijker mens van en een betere kunstenaar. Onbewust neem je alles dat je meemaakt mee in je werk. Zorg dus dat je zoveel mogelijk meemaakt.

Welke plannen heb je voor de toekomst?
Ik wil graag een paar nieuwe graphic novels maken die ik zelf schrijf en teken. Het is wel veel werk, een boek kan zo twee tot drie jaar in beslag nemen. Daarom vind ik het moeilijk kiezen welk verhaal ik ga doen. Maar ik heb er nog tientallen liggen. Verwacht sowieso een paar nieuwe boeken van mij de komende jaren!

De expositie van Aimée de Jongh en Peter van Dongen is te zien van 7 t/m 31 augustus en kwam onder meer tot stand met financiering van het Erasmus Huis en de Nederlandse ambassade in Jakarta