Deel 1 - Bouwen aan Nederlands-Indië

In dit drieluik gaat Remco Vermeulen, adviseur Indonesië voor erfgoed, op zoek naar het gedeelde verleden en de gedeelde toekomst van Nederland en Indonesië. Zijn persoonlijke  ontdekkingstocht voert via zijn eigen familiegeschiedenis naar het dynamische debat over culturele samenwerking van vandaag. Daarin verandert zijn subjectieve en nostalgische beeld van Indonesië mee naar het meervoudige en moderne beeld waarin vele persoonlijke geschiedenissen de relatie tussen beide landen bepalen.

Mijn eerste beeld van Indonesië werd gevormd door de vele verhalen die mijn opa, of opi zoals we hem noemden, mij als kleine jongen vertelde, en die hij eind jaren ’90 aan het papier toevertrouwde. Hij schetst een beeld van een onbezorgde jeugd in Nederlands-Indië.
 
Sawahs bij Singosari, 2015 (Collectie Daphne Vermeulen)

Vroege jeugd
In 1934 laat de broer van mijn opi een huis bouwen in het dorpje Singosari, zo’n 90 kilometer ten zuiden van Surabaya, Oost-Java. Zo’n typisch Indisch woonhuis van de gegoede middenklasse, met alle woonvertrekken op de begane grond, schaduwrijke veranda’s en hoge daken met dakpannen en ventilatieopeningen voor de koelte. Mijn opi is zo’n tien jaar oud als hij met zijn ouders in Singosari gaat wonen, een klein dorpje te midden van rijstvelden en tropische bossen.  Buiten schooltijd rent hij met zijn hond rond en schiet hij met een luchtbuks op duiven. Hij houdt vliegergevechten met de kinderen uit de kampong of helpt zijn moeder bij het bakken van Indische lekkernijen als spekkoek, mokkataarten of koningskronen. In de grote stad Surabaya, waar hij in 1936 naar de middelbare technische Koningin Emmaschool gaat, gaat hij na school naar de film met zijn schoolvrienden die Indo-Chinese, Nederlandse, Indische, Portugees-Indische en Javaanse achtergronden hebben, of gaat hij met zijn zus en zwager mee naar dansavonden van het Indisch Europees Verbond, in het Oranje Hotel of bij de Sociëteit. 

De weg 'Gemblongan' met druk autoverkeer, Soerabaja, ca. 1930 (Collectie Nationaal Museum van Wereldculturen)

Verschillende herinneringen
De herinneringen van mijn opi zijn mijn herinneringen geworden, als romantische scènes in een epische film. Onlangs ben ik zijn herinneringen weer gaan lezen. Het valt me op hoe multicultureel de samenleving is die hij schetst van het Nederlands-Indië van de jaren ’30. De onbezorgdheid die hij beschrijft was natuurlijk deels te danken aan zijn onschuldige, wellicht naïeve, jeugdperspectief. Maar mijn opi was ook een bijzonder positief ingestelde man. Tijdens de herdenking van het einde van de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië op 15 augustus in Den Haag, jaren geleden, toen één van de sprekers emotioneel vertelde over traumatische ervaringen die zijn vader had opgelopen in de Japanse interneringskampen, boog  opi zich naar mij toe en fluisterde “zo erg was het  allemaal niet hoor”. Had mijn opi als avontuurlijke tiener geluk gehad tijdens zijn eigen internering? Of was het een geruststelling voor mij of voor hemzelf, ter bescherming tegen de horror die zovelen ondervonden in de Japanse interneringskampen of onder zware dwangarbeid?  Dit kan ik hem niet meer vragen. Maar zijn herinneringen, verbluffend gedetailleerd, blijven. Ze maken me nieuwsgierig naar het Indonesië van toen en nu.  

Mede door mijn werk bij DutchCulture weet ik dat de herinneringen van mijn opa slechts één kant van Indonesië belichten. Ik weet dat veel andere persoonlijke verhalen en herinneringen lang niet zo mooi zijn als die van hem. Al die verschillende verhalen en herinneringen krijgen steeds meer een podium in Nederland en Indonesië, en ze stimuleren mij om mijn eigen familiegeschiedenis in een nieuw en, breder verband te zien. 

Van handel naar overheersing
De multiculturele samenleving in Nederlands-Indië die mijn opa schetste, is deels geregisseerd door het Nederlandse bestuur, en is deels eigen voor de Indonesische archipel. Al in de IJzertijd worden de eilandjes door verschillende etnische groepen bewoond. De vruchtbare vulkanische bodem biedt een weelde aan fauna en vooral flora, waarvan de waarde steeds meer wordt herkend: kaneel, nootmuskaat, peper en later suikerriet, koffie, rubber, olie en ga zo maar door. Met boten komen de Chinezen, de Arabieren, de Portugezen en ook de Nederlanders naar de archipel om de grondstoffen te delven en handel te drijven. De Nederlanders onder de Vereenigde Oostindische Compagnie vestigen zich er permanent om hun handelsbelangen te beschermen. Geweld wordt hierbij niet geschuwd. Op strategische plekken komen forten en havens. Batavia is de hoofdstad.

Het kasteel van Batavia. Andries Beekman, ca. 1656 (Collectie Rijksmuseum)

Nederlanders en andere Europeanen worden aangespoord om zich in de handelskoloniën te vestigen en bij een lokale vrouw ‘loyaal’ nageslacht te verwekken. Pas als de VOC in 1798 failliet gaat en alle bezittingen in handen komen van de Nederlandse staat, breidt de Nederlandse aanwezigheid zich enorm uit ten koste van de soevereiniteit van lokale vorsten en bevolkingsgroepen. In eerste instantie doet het Nederlandse bestuur uit praktische overwegingen aan onthoudingspolitiek: het in Batavia gecentraliseerde bestuur beperkt zich tot Java en Ambon. Op andere, verder gelegen eilanden tekent het bestuur samenwerkingsovereenkomsten met lokale vorsten. In de tweede helft van de negentiende eeuw breidt het centralistische bestuur zich, naar voorbeeld van het Britse Rijk, uit naar de eilanden Sumatra, Borneo, Celebes, Bali en Timor wat vaak met bloedige oorlogen gepaard gaat. 

Culturele uitwisselingen
Tot die tijd is de archipel in Nederlandse ogen vooral een melkkoe: grondstoffen worden op grote schaal gedolven en geëxporteerd, in Nederland bewerkt en met een flinke winstmarge verkocht. Pas laat in de negentiende eeuw, onder druk van de emancipatiegolven in Europa, wordt vanuit een ‘beschavingsideaal’ duurzaam geïnvesteerd in de samenleving. Scholing (in het Nederlands!) en sociale voorzieningen worden ook toegankelijk voor de plaatselijke bevolking en regio’s krijgen meer zelfbeschikking. Tegelijk gaan Nederlanders in Nederlands-Indië zich voor speciale gelegenheden kleden in de lokale dracht van batik overhemden, sarongs, en kabaja’s. Ondertussen is de befaamde Indische rijsttafel als gastvrij statussymbool niet meer van de koloniale eettafel weg te denken. Nederlandse en Nederlands-Indische architecten nemen steeds meer lokale bouwstijlen en elementen over en combineerde deze met westerse Art Deco, Amsterdamse School en Modernisme in een nieuwe Indische bouwstijl. 

Villa Isola (1933), Bandung, ontworpen door Wolff Schoemaker in Art Deco stijl, 2016  

Weg uit Nederlands-Indië
Hoewel het Nederlandse bestuur in Batavia vooral investeert in het Nederlands-Indisch burgerschap, zorgen het onderwijs en zelfbeschikking juist voor meer bewustwording en verlangen naar onafhankelijkheid onder de lokale bevolking. Vanaf het begin van de twintigste eeuw groeit het Indonesisch nationalisme. Vertegenwoordigers proberen hervormingen af te dwingen bij het Nederlandse bestuur. Dat lukt slechts ten dele maar als het Nederlandse bestuur na de invasie van Japan in 1942 wordt verdreven, is er eigenlijk geen weg terug meer. Na de overgave van Japan in 1945 grijpen de Indonesische nationalisten de macht. Nederland pikt het niet en de Onafhankelijkheidsoorlog is het gevolg. Dit resulteert uiteindelijk alsnog in onafhankelijkheid en de Nederlandse erkenning van de Republiek Indonesië in 1949. 

MS Kota Baroe, waarmee mijn opi werd gerepatrieerd, in de haven van Port Said, ca. 1946 (Collectie Koninklijke Rotterdamsche Lloyd Museum)

Tegen die tijd woont mijn opi niet meer in zijn geboorteland. Hij is een van de eersten die in 1947 gebruik maakt van de mogelijkheid voor repatriëring. Op 22-jarige leeftijd waagt hij de sprong en vertrekt hij naar Nederland. Een land waar hij nog nooit is geweest maar waarvan hij wel de taal spreekt en de nationaliteit heeft. 

Lees verder Deel 2 - Bouwen aan Indonesië >
Lees verder Deel 3 - Bouwen aan een gedeelde toekomst >>

Remco Vermeulen
Indonesia
Printversie Deel 1 - Bouwen aan Nederlands-Indië (pdf) Landenpagina Indonesië Internationaal cultuurbeleid 2017-2020