Nieuws

  • "Dutch and Hungarians make the perfect combination"

    Europe Day 2018: Jaap Scholten

    "Dutch and Hungarians make the perfect combination"

    13 december 2018
    Europe Day 2018: keynote speaker and Dutch author Jaap Scholten lives in Hungary. He tells us what it’s like to step outside your comfort zone. Let us learn!
    By Bambi Bogert

    Fifteen years ago, Dutch author Jaap Scholten moved to Hungary, together with his family. At Europe Day 2018, his keynote speech reflected on the differences between Eastern and Western European culture, and – in accordance with the theme of the day – what it’s like to step outside your comfort zone.

    What can Westerners learn from Hungary and other Eastern European countries?
    Their chivalry and valor, their love of tradition. They missed out on the revolutionary sixties, the entire hippie movement. So society is still much more conventional and orderly, it’s a bit like stepping back into the fifties. There’s also an incredible sense of craftsmanship, in every imaginable field. From violinists to builders. They still follow the master-apprentice principle, where students are taught by experts and take years to hone their craft. Sadly this is virtually obsolete in today’s Western Europe. But in Hungary, you’ll find the most amazing carpenters, painters – you name it. Their general school system is very Prussian – incredibly strict. The best pupils are sent away to special schools and turned into geniuses.

    “Author Timothy Snyder describes the countries between Russia and Germany as ‘Bloodlands’. Countries where history has wreaked havoc for centuries. Hungary has brought forth thirteen Nobel Prize winners.”

    “It’s a general bias: everyone wants to go West and nobody wants to go East. East is full of savages. But this idea needs to change. To the East lies a world that we have lost.”  
    – from Jaap Scholten’s keynote speech

    It sounds like quite a productive system
    On the contrary. People are unwilling to take any initiative. In the Netherlands, we have a very practical attitude: we like to get the job done and we don’t like to overcomplicate things. Hungary is the exact opposite. Hungarians see nothing but obstacles, they’ll want to discuss every possible issue to no end. Failure is always close at hand, and its consequences can be grave. Society is extremely top-down and hierarchal. I think it’s all to do with Communism. During that period, people learned that it was better to do nothing at all, than to risk making a fatal error. And so they are always on the lookout for any excuse that will allow them to opt-out.

    “For someone like me, who grew up in the safe, humdrum tranquility of the Netherlands, it’s hard to imagine, let alone comprehend, what it really means to grow up under a dictatorship.”
    – from Jaap Scholten’s keynote speech

    You make it sound terrible!
    Well, it’s a pretty dreary place. Man is a wretched creature, life is an uphill battle and in the end, we’re all screwed anyway - that’s the general mentality. As a Dutchman, I’m seen as Mr. Happy-Go-Lucky. That said, the Hungarian mindset teaches people to become deep thinkers. Hungarians like to think ahead – way ahead – about anything that might transpire. No wonder they’re also great chess players. And when they finally do embark on a project, they’ve thought of every little detail, and already worked out the solution to any issues that might arise. Whereas we tend to jump in feet first and hope for the best. Actually, Dutch and Hungarians make the perfect combination.

    “Because people often weren’t at liberty to speak freely in Eastern Europe, metaphors were able to blossom. Communism forced people to handle language with care. Humor was omnipresent and it had to be clever. Literature was and is taken seriously. Writers and poets are taken seriously.”
    – from Jaap Scholten’s keynote speech

    How do these typical Hungarian traits impact arts and culture?
    One of the few advantages of Communism is the fact that it made arts and culture accessible to everyone. In the Netherlands, the opera or theater is still somewhat elitist. But in Hungary, it really is a part of general culture. You can still buy tickets for the opera that cost next to nothing. And they invented the Kodály Method, named for the Hungarian composer. It’s a fantastic approach to music education that was taught in every school. I’m pretty useless when it comes to performing arts: I don’t play any instruments and I can’t sing to save my life. But in Hungary, almost everyone can sing beautifully, or play piano or the violin. I think that’s wonderful.

    “Politics isn’t bringing us any closer together, the European Parliament isn’t succeeding either, the Council of Europe appears to be partial to Caviar Diplomacy from the East, the church no longer plays any role of importance, corporations only care about their quarterly figures. The arts can, and must, build these bridges.”
    – from Jaap Scholten’s keynote speech

     

  • Europees Erfgoedjaar afgesloten in Rotterdam

    Rodin - European Year of Cultural Heritage 2018

    Europees Erfgoedjaar afgesloten in Rotterdam

    12 december 2018
    Op 11 december was de feestelijke afsluiting van het Nederlandse programma van het Europees Jaar van het Cultureel Erfgoed.

    De afsluiting vond plaats in Museum Boijmans Van Beuningen te Rotterdam. Schrijver Abdelkader Benali en kunsthistoricus Wim Pijbes gaven hun visie op cultureel Europa. Onder leiding van prof. dr. Hester Dibbits en dr. Marinke Steenhuis werden panelgesprekken gevoerd over belangrijke Europese erfgoedthema’s, zoals beladen erfgoed en het veranderende cultuurlandschap. Jonge erfgoedprofessionals onderstreepten het belang van een grotere arbeidsdeelname van jongeren binnen het erfgoedveld.

    Een hoogtepunt was de presentatie van de eindpublicatie met daarin een Nederlandse Toekomstagenda Europees Erfgoed, die werd overhandigd aan Barbera Wolfensberger, directeur-generaal Cultuur en Media bij het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De publicatie bevat aanbevelingen en initiatieven waardoor de impuls die dit themajaar gaf aan meer Europese samenwerking en afstemming binnen het erfgoedveld vanuit Nederland de komende jaren een duurzaam vervolg kan krijgen.

    Meer dan 300 activiteiten

    ‘Erfgoed verbindt, Europa inspireert’: met die slogan ging in januari het Nederlandse programma van het Europees Jaar van het Cultureel Erfgoed van start. Het doel van het themajaar was om meer mensen te inspireren om het Europese erfgoed te ontdekken en te beleven, en zo meer bewust te worden van het feit dat wij al eeuwenlang behoren tot een grensoverstijgende samenleving, met diverse culturele waarden en tradities.

    De Europese Commissie riep, op verzoek van de lidstaten, het Erfgoedjaar uit. Het Nederlandse programma van het Europees Jaar van het Cultureel Erfgoed werd geïnitieerd vanuit het Erfgoedplatform Plus van Kunsten ’92 in samenwerking met het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en DutchCulture. Met veel enthousiasme pakten in het hele land (erfgoed)organisaties het initiatief ‘bottom-up’ op. Er werden meer dan 300 activiteiten georganiseerd, die het erfgoed vierden en die de verbondenheid van ons land en onze geschiedenis met de rest van Europa voor een groot en divers publiek zichtbaar maakten. Die activiteiten varieerden van Europese eetcultuurdiners en burgemeesters die bloggen over lokaal Europees erfgoed tot parachutesprongen op de Zuidelijke Waterlinie. Van de Open Monumentendag met als thema ‘In Europa’ tot expertmeetings en de door de Young Underground Professionals georganiseerde Archeonacht in het Rijksmuseum van Oudheden.

    Uitdagingen

    Het themajaar raakte ook aan de uitdagingen waar het erfgoed voor staat. Hoe gaan we bijvoorbeeld om met het ‘betwiste’ of ‘beladen’ erfgoed? Met de soms te grote druk op erfgoedlocaties van massatoerisme? Met leegstaand erfgoed, dat vraagt om instandhouding door nieuw gebruik? Met klimaatverandering en de druk op onze infrastructuur, die vragen om ingrepen met oog voor ons cultuurlandschap en erfgoed? En hoe maken we erfgoed werkelijk inclusief? Vraagstukken die in heel Europa spelen en waarbij het belangrijk is gebruik te maken van internationale kennis en ervaring. Maandelijks richtte het Nederlandse programma daarom de schijnwerper op een specifiek erfgoedthema, waarin de Europese dimensie en de actuele vraagstukken centraal stonden.

    Veel erfgoedorganisaties maakten dit jaar een eerste verkennings- en ontdekkingstocht richting Europa. Als belangrijkste oogst legde het Europees Erfgoedjaar de basis voor nieuwe en vernieuwde netwerken en hechtere samenwerking tussen partners, zowel nationaal als internationaal. Het is kansrijk, uitdagend en belangrijk om aan die ontwikkelingen een vervolg te geven. In een steeds meer internationaal georiënteerde, diverse, gedigitaliseerde wereld is erfgoed immers een blijvend anker.

    Dowload de publicatie hier

     

    Organization: 
    Kunsten '92
    Abdelkader Benali
    Cultural Heritage Agency of the Netherlands
  • 'Culturele activiteiten worden nog wel eens als disruptief gezien'

    Egyptisch theatermaker Beshoy Adel (29)

    'Culturele activiteiten worden nog wel eens als disruptief gezien'

    11 december 2018
    Beshoy Adel: cultuurmaker tegen de Egyptische stroom in. Over de impact van internationale samenwerking, persoonlijke drijfveren en de realiteit van Egypte.
    Door Wladimir Riphagen

    Beshoy Adel (29) richt vlak na de revolutie in Egypte in 2011 een cultureel centrum op in zijn geboortestad Minya. “In Minya ben ik iemand. Iedereen kent me. Mijn vrienden vragen me waarom ik niet in Londen, Parijs of Amsterdam blijf. Daar is het leven toch veel beter. Maar als ik daar zou leven, zou niemand me kennen. Dan heb ik geen impact.” Beshoy wil een bijdrage leveren aan de kunst- en cultuursector in zijn land, en vooral in zijn stad – het is zijn raison d’être.

    Internationale samenwerking
    Om de impact te maximaliseren, reist hij regelmatig naar andere landen. Zo fungeert hij ook als ambassadeur voor de cultuursector in zijn stad. Internationale samenwerking start voor Beshoy in Amman, Jordanië. Hij heeft zich aangemeld voor Tandem Shaml, een programma waarbij een cultuurmaker uit het Midden-Oosten en een cultuurmaker uit Europa een jaar lang samenwerken. Beshoy gaat samenwerken met Tom Finlay, een theaterregisseur uit Noord-Ierland die hij in Amman voor de eerste keer ontmoet.

    Pullen bier
    Voor het programma reist Beshoy meerdere keer naar Belfast, waar hij Tom en zijn vrienden beter leert kennen. “Elke avond moesten we aan het bier. Grote tafels, met z’n allen aan een pul.” Hij spreekt er met een glimlach over. “Noord-Ierland lijkt op Egypte.” De gastvrijheid en het samenzijn doen hem denken aan thuis. Tom komt meerdere keren naar Beshoy’s stad Minya, een stad aan de Nijl met ‘slechts’ zes miljoen inwoners. Op de eerste dag zet hij Tom in een tuktuk om van de ene kant van de stad naar de andere te komen. Hij laat een schaterlach horen. “Binnen een dag wist iedereen in Minya dat er een buitenlander op bezoek was.”

    Vraagtekens uit de omgeving
    Beshoy is nog niet zo lang getrouwd als hij aan het Tandem avontuur begint. Het reizen en de drukte heeft een serieuze impact op zijn relatie. Hij is nauwelijks thuis, en in de buurt worden er vraagtekens gezet bij waar hij nou eigenlijk allemaal mee bezig is. Hoe enerverend het internationale samenwerken ook is voor Beshoy, de realiteit in Egypte zet hem zo nu en dan weer op de plaats.

    Balanceren
    Ook om door te kunnen blijven werken als cultuurmaker, moet hij blijven balanceren. Culturele activiteiten worden nog wel eens als disruptief gezien. Het is dan ook belangrijk dat Beshoy investeert in een goede relatie met de autoriteiten. Zolang hij de verantwoordelijke generaal op de hoogte houdt van zijn activiteiten gaat het goed. Dat betekent wel dat elke activiteit aangemeld moet worden, tot een welkomstfeestje thuis voor zijn buitenlandse gast aan toe. Hij lijkt er niet erg mee te zitten. Natuurlijk is het soms ingewikkeld, maar op deze manier kan hij doorgaan met zijn passie.

    Eerste stappen op het toneel
    Niet iedereen binnen zijn familie steunt zijn activiteiten, maar zijn vader helpt hem goed op weg. De vader van Beshoy werkt bij de Jesuits & Brothers Association for Development – de ontwikkelingsorganisatie van de jezuïtenorde in Minya. Die organisatie investeert veel in kunst en cultuur als middel voor ontwikkeling. Ze richten zich met name op kinderen. Het is binnen deze organisatie dat Beshoy zijn eerste stappen op het toneel heeft gezet.

    Spraakgebrek en bang
    Als kind heeft Beshoy een spraakgebrek en is hij bang ingesteld. “Ze zagen me als een niet normaal persoon. Ik zat niet op hetzelfde niveau als mijn leeftijdsgenoten.” Op het toneel kon hij zonder problemen praten en gleden de angsten van hem af. Het vormt een sterke persoonlijke motivatie om, ondanks de tegenwind, zich in te zetten voor theater. Het blijkt sterk uit zijn verhalen. Hij wil anderen laten voelen wat hij twintig jaar geleden voelde.

    Samenbrengen
    Dat gaat niet vanzelf. Met de persoonlijke motivatie komt ook de persoonlijke visie. Dat wil mensen nog wel eens tegen de borst stuiten. Hij werkt nu met vijf theatergroepen in de provincie Minya. Deze theatergroepen zijn losjes georganiseerd, maar hebben alle vijf een eigen regisseur en spelers. Het blijkt moeilijk te zijn om iedereen op dezelfde lijn te krijgen. De ene groep ziet het niet zitten om met hulp van een toneelschrijver die Beshoy heeft uitgekozen de scripts te bewerken, de andere groep wil het liefst direct in de hoofdstad optreden in plaats van de provincie Minya. Om deze verschillen van mening te overbruggen beslist Beshoy om alle groepen bij elkaar te zetten en een week met elkaar door te brengen. Zo gaat hij het idee uit de weg dat hij alleen beslist. Het bij elkaar brengen, balanceren en consensus vinden: dat is zijn sterkste punt. De theaterscene in de provincie zal er de komende tijd profijt van hebben.

    Lees ook de ervaringen van drie Nederlandse jeugdtheatergroepen in Eypte (Engels)

     

  • The Netherlands: Europe’s playground

    Johan Huizinga (1872-1945) en Desiderius Erasmus (circa 1467-1536)

    The Netherlands: Europe’s playground

    4 december 2018
    Playfulness is a recurring theme in the Dutch culture. There seems to be a particular gamesome gene in our culture, starting all the way back with Erasmus.
    By Hans Luyckx

     

    Our creative industry is known all over the world. Its export products are generally lauded as light-hearted and humorous; there seems to be something distinctively playful about the Dutch. Hans Luyckx – operational director at IJsfontein – playful learning and speaker at DutchCulture’s conference on International Culture for Kids – delves into the roots of this phenomenon.

    The Netherlands at the forefront 
    A sector still somewhat underrated as an important element of Dutch culture is the gaming industry. Internationally, the Dutch are taking the lead in the development of so-called ‘serious games’: digital games designed to acquire skills or knowledge in particular specialized areas. This might not be that surprising at all. It stems from a culture that greatly values playfulness.

    Learn while playing
    Desiderius Erasmus (1467-1536) was a priest, theologian, philosopher, writer and humanist. In his philosophy, the individual human being takes centre stage, rather than the clerical or stately authorities. In his works he reflected upon almost all facets of life. In his seminal book ‘In Praise of Folly’ (Lof der Zotheid) he takes aim at the established forces of his age. Among other things, he expressed sharp criticism at the Catholic church and his ideas were conducive to - if not a direct inspiration for - the later 16th century process of reformation that transformed the Dutch into a nation of protestants.

    A broad minded schooling 
    Erasmus also wrote a considerable body of work in the field of pedagogy. In one of his publications on the obligation of swift and broad-minded education for children he posits that ‘people are not born but shaped.’ Children do not grow into ‘useful components of society’ all by themselves. They have to be tutored and educated. Erasmus thinks that kids should be treated honestly and with respect. In his opinion, encouragement will always be more effective than punishment.

    Disciplinarian regimes  
    This way, says Erasmus, children will develop faster and morally they will discover their rights from wrongs. They learn most when there is a certain intrinsic motivation. Skilled teachers should focus on conveying their lessons in such a way ‘that the children won’t be under the impression that they are actually working, but rather believe that it’s all about games.’ The ideas of Desiderius Erasmus were diametrically opposed to the pedagogical methods of the time. In medieval times, corporal punishment and strict disciplinarian regimes were considered the norm. Yet by now, Erasmus’ principles of encouragement, low stress and playful learning are reasonably well accepted in large parts of the world.

    Homo Ludens 
    Another key figure when it comes to the history of Dutch playfulness was Johan Huizinga. A historian, anthropologist and cultural theorist (1872-1945), he elaborates his theories on the ‘spelende mens’ and the playful nature of human kind in his book Homo Ludens. There is a natural impulse to think, create and play. But principally according to Huizinga, all human beings interested in games and playing. Everybody likes to play. In Huizinga’s definition, playing can be any voluntary activity that takes place under set conditions and results in excitement and joy.  To be able to play, people need a space where they feel secure and embedded. It could be any kind of space, whether it be an arena or a podium, a pool table or a temple.

    Necessary games  
    And this human drive for playing turned out to be a societal blessing. Through play, communities can invent themselves and will keep on developing. In Homo Ludens, Huizinga convincingly demonstrates that the playful and the ludic are necessary to construct a society. Taking his readers on a journey through world history, he shows that essential elements of our contemporary culture – such as the rule of law, the arts and sports – can be clearly traced all the way back to a playful impulse. His theories and publications received many plaudits, also outside of the Netherlands. They even resulted in several nominations for the Nobel prize in literature.

    A festival of failures
    So how can we notice the impact of these two influential thinkers today? Playful learning entails that the player will learn in a relaxed and dynamic way. He or she should be confronted with new challenges continuously, making mistakes along the way. In fact, gaming should be all about mistakes and learning from them. This is what will make a game exciting, challenging and in the end it will stimulate skills and result in victories. And does not just motivate children. Adults that play more, will keep on learning. As Huizinga pointed out: everybody wants to play.

    The Dutch playground  
    The crux of learning by play – the unencumbered experimentation and the freedom to flop – is apparent in our entire culture. It shows in Dutch parents who are generally very relaxed when it comes to interacting with their kids. The children can express their opinions and address their parents with ‘jij’ rather than ‘u’. Sometimes they will even call them by their first names. Playfulness is equally reflected in Dutch schools and in commercial life. In our country, we like to perceive each other as equals, everybody is allowed to express their opinion and weigh in, and there is room for us to make mistakes. All of these things combined turn the Netherlands into the veritable playground of Europe and – whisper it – possibly even the whole world.

    Serious games – a serious game 
    Considering this, the fact that many new forms of education are currently eagerly experimented with should not surprise us at all. These forms will fit this century a lot better and will allow the potential of technological progress to be realized. Our creative industry will play a crucial role in this development. Just look at all the games that we are producing at the moment. ‘Serious games’ – games that are designed to learn skills and competences – make up a vast share of the bulk. Of the 330 Dutch game industry companies, 57% is focusing on the development of ‘serious games’, and 44% is working on them exclusively. These percentages are significantly higher than in other countries. The Netherlands will continue to be an international pioneer in the development of serious games and game based learning. The legacy of the writings on playful learning left to us by Huizinga and Erasmus can hardly be underestimated.

    This is part 2 in a series on Culture for Kids. The occasion of the Conference International Culture for Kids was a joint initiative by DutchCulture, the NAPK, Het Letterenfonds, De Nederlandse Museumvereniging and Cinekid.

    Read part 1: Het kindvriendelijke kinderportret, by art historian Rudi Ekkart (Dutch).

    Read part 3: "We don’t present Hollywood pictures that always end well", an interview with theatre programme maker Anja Krans

     

    Organization: 
    Cinekid
  • "Poland is by no means a homogeneous, monolithic cultural block"

    Alicja Gescinska

    "Poland is by no means a homogeneous, monolithic cultural block"

    4 december 2018
    A look at the wealth of Central European culture: an interview with the Flemish/Polish writer and philosopher Alicja Gescinska.
    By Meike Huber

    ‘Out of your comfort zone': that’s the angle of the DutchCulture Europe Day, 11 December next. International cooperation often follows the familiar paths, and often with countries where we already know the way. That’s rather a shame, however, since Europe has so much more to offer. Take the fabulously rich countries – from an art and cultural point of view – of the Visegrád group: the Czech Republic, Slovakia, Hungary and Poland. Writer and philosopher Alicja Gescinska fled the oppressive political situation in Poland as a child with her parents. Now she lives and works in Belgium. She knows this wealth better than most.

    As we all know, much beauty comes from misery. What has Polish history, from which you fled as a child, brought in terms of art and art movements?
    Polish history is perhaps the perfect illustration of the adage you just cited: the tragic often is a fertile ground for the beautiful. Throughout the centuries, Poland as a country and nation has had its share of tragic fate, and its right to exist has often been undermined. It is precisely because of this that, in Poland, the love of language and beauty and the attempt to give meaning to life through art has developed so strongly over the centuries. It is no coincidence that Poland brought forth so many great composers and musicians: Chopin, Szymanowski, Paderewski, Penderecki, and so on. Or that several Poles have won the Nobel Prize for literature; and that there are some great writers who have not won this prize and yet belong to the cream of world literature: Bruno Schulz, Witold Gombrowicz, and also Jarosław Iwaszkiewicz. Every true literature lover will cherish this writer.

    What can we, the Flemings/Dutch, learn from this?
    Above all, we should discard our prejudices about Poland. Here, Poland is mainly associated with manual labourers and cleaning women, as if Poles are all working class people. I have heard such comments so often, either as a joke or not, and it’s very annoying. When people think of Poland, I wish they would not first think of their cleaning lady or handyman but of those great artistic souls who helped shape the beating heart of European civilisation. I think it’s also time to do away with the stereotypical image of the Polak katolik; an image held not only by foreigners but also by many Poles themselves. Poland is by no means a homogeneous, monolithic cultural bloc; not every Pole is a conservative Catholic and a nationalist. On the contrary, Poland is a rich patchwork of different backgrounds, and all the great things that Poland has produced are the result of that diversity.

    What is typical about Central European art?
    That is a very difficult question, because what is 'Central European art'? It’s such a broad notion... I doubt whether you can make any generalising statements about it. But if you insist, then I would say that there is something of a sincere, profound inspiration that haunts 'Central European art': the conviction that by creating the beautiful, you achieve more than just an artistic goal. That art serves a higher social, moral and even spiritual or religious purpose. I think that l’art pour l’art as a creative principle is a fairly typical Western invention. Art is rarely a goal in itself in Central European cultural history. Perhaps because Central Europe has experienced so much oppression, art almost always served a higher, liberating purpose.

    It is quite natural for Dutch artists to work with countries such as Belgium, Germany, France and Great Britain. Cooperation with Central Europe is less common and therefore less easy. Why is that, do you think? You might suppose that artists (in the broad sense of the word) would be attracted to the challenge. Isn’t that part of what being an artist is all about? So how can we overcome this discomfort?
    Is that the case? I’m not sure. But if it is true that there is less cooperation or that this cooperation is more difficult, then I don’t think we should treat it as a historical fact. On the contrary, if you look at European cultural history, then the crosspollination between Western, Central and Eastern Europe has often been very intense and fruitful. The Reformation and the Enlightenment ideals of freedom and tolerance have their early roots in the first tolerance manifestos of Hungary and Poland. The ‘grand tours’ of the privileged young men stimulated the intellectual exchange that made scientific progress possible; just think of Mikołaj Kopernik, better known as Copernicus. This intellectual and creative interaction was hampered in the previous century by the Iron Curtain, and I think Milan Kundera was right when he said that this is the true tragedy of Europe: not so much the physical boundary that divided the continent into two parts, but the fence erected between the spirits of Europe.

    What would we gain from overcoming that?
    It would broaden our horizons. Our view of the world is often too Western, and furthermore too coloured by an Anglo-Saxon perspective. In that respect I agree with George Steiner, that the greatest threat to European identity in recent decades may well be the 'Americanisation' of our culture. This affects all aspects of our lives. It is in the shops we visit, the language we speak, the products we buy, the music we listen to, the books we read, and so on and so forth. Europe is suffering a certain intellectual anaemia because of Anglo-Saxon dominance. Walk into any faculty of philosophy and ask students and professors to name ten contemporary English-speaking thinkers, and you will receive your answer within ten seconds. Ask them about any contemporary Russian or Polish philosopher, and you’ll be met by silence. That’s how it is with philosophy, and with literature and music. While there is so much beauty and wisdom in other cultures and languages.

    How are current developments in Central European countries influencing art and culture? I am referring to a number of different things: the growing populism, in combination with protectionist nationalism.
    Poland is now a very divided country. There is an intense mutual antipathy between supporters of the conservative, nationalist PiS government and its critics. This dislike is rooted in very different visions regarding ethics and culture. This makes the struggle so intense, and is also stimulating political awareness among the population and among artists. I wouldn't necessarily say that this is making art more political, but artists are more aware that their voices carry significant political and societal weight. Artists and thinkers are the ones keeping a finger on the pulse of society.

    Who is your favourite Polish artist (in the broadest sense of the word) and why?
    That is an impossible question. Polish culture is exceptionally rich. In literature, I am probably most fond of Czesław Miłosz. Both his essays and poems are food for the mind and balm for the soul. He is one of the few remaining intellectual beacons of light. In painting, Zdzisław Beksiński stands out from the crowd. I love many of his works, especially an untitled work from the late 1970s. In this painting you see skeletons sitting in small groups on high boulders around a fire. On some rocks there are no skeletons, and the fire is extinguished. Everyone can see everyone else sitting around, but no one can move toward each other. Everyone is in their own group, on their own island. Lonely, and isolated. And they all know: one day our fire will extinguish too. I think it's a beautiful but very sad metaphor for human existence. Beksiński had a very own style, which was referred to as fantastic surrealism. His paintings and drawings are so lugubrious and macabre and at the same time so profoundly human and endearing. So repulsive and yet so comforting. But if I had to choose one artist, then both Miłosz and Beksiński would have to lose out to Chopin. Not a week goes by without me listening to Chopin for several hours. The comforting tristesse in his nocturnes always helps make life a little more bearable.

    Alicja Gescinska

  • Nederland, de speeltuin van Europa

    Johan Huizinga (1872-1945) en Desiderius Erasmus (circa 1467-1536)

    Nederland, de speeltuin van Europa

    3 december 2018
    Als je kijkt naar wat Nederland sterk maakt, valt speelsheid op als kenmerk. Sterker nog, spelen is onderdeel van onze cultuur; via Erasmus in ons DNA gekropen.
    Door Hans Luyckx

     

    Onze creatieve industrie is wereldberoemd. De producten die eruit rollen zijn ‘luchtig’ en grappig; speelsheid is ons handelskenmerk. Hans Luyckx, operationeel directeur bij IJsfontein – playful learning, sprak op DutchCulture' s congres over kindercultuur en schreef naar aanleiding daarvan dit stuk.

    Nederland voorop
    Een vooralsnog weinig belicht onderdeel van de Nederlandse cultuur, is onze gaming-industrie. Nederland loopt wereldwijd voorop bij het ontwikkelen van serious games, digitale spelen om vaardigheden te leren of kennis op te doen. Dat Nederland die positie inneemt, is zeker geen toeval. Het is een logisch gevolg van onze spelende cultuur.

    Spelend leren
    Erasmus (circa 1467-1536) was een priester, theoloog, filosoof, schrijver en humanist. Erasmus stelde de mens centraal, niet de kerk of staat. Hij ‘bemoeide’ zich met alle onderdelen van de samenleving. In Lof der zotheid, zijn bekendste werk, maakt hij op genadeloze, maar grappige wijze gehakt van de gevestigde orde. Hij levert onder meer kritiek op de rooms-katholieke kerk. Zijn boek was baanbrekend: het maakte de weg vrij voor de reformatie, de 16de-eeuwse religieuze revolutie waaruit de protestantse kerken zijn ontstaan.

    Ruimdenkend opvoeden
    Erasmus heeft ook veel opvoedkundige en onderwijswerken geschreven. In zijn boek over de verplichting kinderen terstond en ruimdenkend op te voeden stelt hij dat ‘mensen niet geboren maar gevormd worden’. Kinderen groeien niet zomaar uit tot ‘nuttige onderdelen van de maatschappij’. Ze moeten van jongs af worden opgevoed en onderwezen. Erasmus vindt dat je kinderen eerlijk en met respect moet behandelen. Ook is het beter om ze aan te moedigen dan ze te straffen.

    Tuchtregimes
    Volgens Erasmus ontwikkelen kinderen zich dan sneller en weten ze beter wat goed en slecht is. Kinderen leren het meest als ze intrinsiek gemotiveerd zijn. Docenten moeten volgens hem dan ook alles op zo’n manier aanleren ‘dat de kinderen niet de indruk hebben dat ze aan het werken zijn, maar geloven dat het allemaal om spelletjes gaat’. Erasmus’ ideeën weken totaal af van de pedagogische methoden in zijn tijd. In de middeleeuwen waren lijfstraffen en tuchtregimes de norm. Inmiddels zijn Erasmus’ principes – kinderen aanmoedigen, ze niet te veel pushen, spelend leren – redelijk geaccepteerd in een groot deel van de wereld.

    De spelende mens
    In navolging van Erasmus kent Nederland nog een ander sleutelfiguur als het gaat om spelen: Johan Huizinga. Deze historicus, antropoloog en cultuurhistoricus (1872-1945) ontvouwt in zijn boek Homo ludens (de spelende mens) zijn theorie over de spelende mens. De mens denkt, maakt en speelt. Maar volgens Huizinga is de mens eerst en bovenal een spelend wezen. Iedereen wil spelen. Spelen à la Huizinga is – kort samengevat – een vrijwillige activiteit die verloopt volgens vaste regels en spanning en plezier oplevert. Om te kunnen spelen hebben mensen een ruimte nodig waar ze zich geborgen voelen. Dat kan van alles zijn, van een arena tot het toneel, een speeltafel, tempel of toverkring: a magic circle.

    Noodzakelijk spel
    Gelukkig maar dat mensen graag spelen. Want door spel kan een maatschappij ontstaan én zich blijven ontwikkelen. In Homo ludens laat Huizinga op overtuigende wijze zien dat het spel, het ludieke, noodzakelijk is om een samenleving op te bouwen. Hij trekt lezers door de wereldgeschiedenis en toont dat essentiële bestanddelen van onze cultuur – rechtspraak, kunst, sport – te herleiden zijn tot eeuwenoude spelen. Zijn theorie ontving veel lof. Niet alleen in Nederland, maar ook in de rest van de wereld. Het leverde hem zelfs een Nobelprijs-nominatie op.

    Eén groot foutenfestijn
    Hoe zien we in Nederland de theorie van deze invloedrijke heren terug in de praktijk? Spelend leren houdt in dat de speler op een ontspannen en afwisselende manier leert. Hij stuit voortdurend op nieuwe uitdagingen en mag fouten maken. Sterker nog, gaming is één groot foutenfestijn. Een game draait om spanning, uitdaging, meesterschap en overwinning. Deze combinatie motiveert niet alleen kinderen, maar ook volwassenen om door te spelen én te leren. Huizinga schreef het al: iedereen wil spelen.

    Nederland speeltuin van Europa
    De kern van het spelend leren – ongehinderd experimenteren en de vrijheid voelen om fouten te maken – loopt als een rode draad door onze hele cultuur. Dat begint al bij de ouders die over het algemeen relaxt met hun kinderen omgaan. Kinderen mogen hun mening ventileren en tutoyeren hun ouders. Soms noemen ze hun ouders zelfs bij hun voornaam. Dat speelse zien we terug op Nederlandse scholen en in het bedrijfsleven. In ons land is iedereen gelijk, heeft iedereen een stem en mogen er fouten worden gemaakt. Dat alles maakt Nederland de speeltuin van Europa of misschien zelfs wel van de hele wereld.

    Serious games
    Het is dan ook niet verwonderlijk dat in Nederland volop wordt geëxperimenteerd met nieuwe vormen van educatie. Vormen die beter passen bij deze tijd en waarbij optimaal gebruik wordt gemaakt van de huidige technologische mogelijkheden. Onze creatieve industrie speelt hierin een grote rol. Kijk maar naar de vele games die wij produceren. Daarvan nemen serious games – digitale spelen om vaardigheden te leren of kennis op te doen – een speciale plaats in. Van de 330 bedrijven in de Nederlandse game-industrie, houdt 57% zich bezig met de ontwikkeling van serious games, 44% is daar exclusief mee bezig. Dit percentage is ‘significantly higher’ dan in andere landen. Nederland loopt dan ook wereldwijd voorop bij het ontwikkelen van serious games en game based learning. Het zal u vast niet verbazen dat de principes van spelend leren, ooit bedacht en beschreven door de heren Huizinga en Erasmus, hierbij een onmiskenbaar belangrijke rol spelen.

    Dit is deel II in een serie over kindercultuur in Nederland. Aanleiding hiervoor was het Kinder Cultuurcongres dat Dutch Culture onlangs organiseerde in samenwerking met NAPK, Het Letterenfonds, De Nederlandse Museumvereniging en Cinekid. Deel I ging over Het kindvriendelijke kinderportret, door kunsthistoricus Rudi Ekkart.

  • Programma Europadag 2018

    Internationale OSEBNO / PERSONAL tentoonstelling, onderdeel van het Creative Europe gesteunde project Risk Change, geleid door het Sloveense Kulturno izobraževalno društvo kibla.

    Programma Europadag 2018

    30 november 2018

    Hieronder vindt u het volledige programma van de Europadag en de afsluiting van het Europees Jaar van Cultureel Erfgoed.

    Datum: 11 december 2018 van 10.00 - 17.30 uur (aansluitend netwerkmoment)
    Locatie: Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam
    Adres: Museumpark 18, Rotterdam

    Programma Europadag

    10.00 - 11.15

    • Opening
    • Keynote door Jaap Scholten, Nederlands schrijver woonachtig in Hongarije en auteur van o.a. Kameraad Baron en Heer & Meester. Berichten uit de voormalige dubbelmonarchie
    • Panelsessie Europe for Citizens: De thematiek van Europe for Citizens beweegt maatschappelijke organisaties automatisch buiten de comfortzone te treden. Ingeleid door Jonathan Even-Zohar (ambassadeur en voormalig directeur EUROCLIO) en met onder meer Maria Sakarias (Masterpeace).

    11.15    Pauze

    11.35 - 13.05   

    • Optreden Amber Arcades (singer-songwriter)
    • Panelsessie Creative Europe Cultuur: Aan de hand van twee Creative Europe Cultuur-projecten bespreken we de motivaties, mogelijkheden en uitdagingen die bij een brede Europese samenwerking komen kijken. Met Ellen Walraven (Theater Rotterdam) en Alma Selimovic (Bunker Ljubljana) over het project Imagine2020 en Annette Wolfsberger (Paradiso) en Slavo Krekovic (A4 in Bratislava) over Re-Imagine Europe.
    • Panelsessie Creative Europe MEDIA: Internationaal coproduceren is een gangbare praktijk in de filmwereld, films komen vaak tot stand middels productieteams en –partners uit verschillende landen. In dit panel bespreken we de motivaties achter Europees coproduceren. Met Eric Goossens (Walking the Dog) over de Europese coproductie Another Day of Life, Marit van den Elshout (Hubert Bals Fonds en Denis Vaslim (Volya Films).
    • Optreden Amber Arcades (singer-songwriter)

    13:05    Lunch

    13.50 - 14.40   

    • Brexit: hoe bewaren we het vertrouwen en houden we de culturele samenwerking tussen het Verenigd Koninkrijk en Nederland op peil? Welke mogelijke scenario’s zijn er, na het verlaten van de EU door het Verenigd Koninkrijk? Met Jude Henderson (Scottish Theatre Federation), Andrew Murray (expert culturele diplomatie, voormalig EUNIC en British Council) en Joren Schep (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland).

    14.40    Pauze en inloop Afsluiting Europees Jaar van Cultureel Erfgoed

    Programma Afsluiting Europees Jaar van Cultureel Erfgoed

    15.00 - 17.15    

    • Welkom door Mirjam Blott, projectleider Europees Jaar van het Cultureel Erfgoed
    • Gesproken column van schrijver Abdelkader Benali over pleinen als Europees erfgoed
    • Panelgesprek o.l.v. Marinke Steenhuis (bureau SteenhuisMeurs) over erfgoed, landschap en klimaatverandering in Europese context. Panel met o.a. Henk Baas (Hoofd Landschap Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).
    • Keynote van kunsthistoricus Wim Pijbes over internationale samenwerking op het gebied van kunst en erfgoed.
    • Panelgesprek over werken met beladen erfgoed in een veranderend Europa o.l.v. Hester Dibbits (Bijzonder hoogleraar Erasmus Universiteit, Reinwardt Academie). Panelleden: Jonathan Even-Zohar (ambassadeur en voormalig directeur EUROCLIO – European Association of History Educators) en Manon Parry (Bijzonder hoogleraar Vrije Universiteit Amsterdam, Universiteit van Amsterdam).
    • Presentatie The Future is Heritage: jonge erfgoedprofessionals (18-30 jaar) delen persoonlijke verhalen op basis van de Youth Summit Berlijn afgelopen juni en doen een oproep aan de erfgoedsector. 
    • Panelgesprek o.l.v. Mirjam Blott met Henri Swinkels (gedeputeerde Brabant) en Said Kasmi (Rotterdamse wethouder van Onderwijs, Cultuur en Toerisme). Over gemeentelijke en provinciale erfgoeduitdagingen, zoals rond jonge monumenten en de Urban Agenda. 
    • Vraaggesprek over Europese erfgoedprojecten na 2018, met o.a.
      - Castrum Peregrini: Heritage Contact Zone
      - Friesland College: Craft Your Future
      - Europese Nieuwsbrief: European Heritage Tribune
      - Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland
    • Afsluitend filmpje ‘Grenzeloos erfgoed’ van Europees Erfgoedjaar
    • Overhandiging publicatie 2018 Europees jaar van het Cultureel Erfgoed: op naar het vervolg! aan Barbera Wolfensberger (Directeur-Generaal Cultuur & Media bij het ministerie van OCW) door Karel Loeff (directeur Erfgoedvereniging Heemschut) namens het Erfgoedplatform Plus van Kunsten 92.
    • Afsluitend woord en opening borrel door Mirjam Blott

    17.15 - 19.00   Netwerkborrel

  • “Polen is allerminst een homogeen, monolitisch cultuurblok”

    Alicja Gescinska

    “Polen is allerminst een homogeen, monolitisch cultuurblok”

    30 november 2018
    Interview: Vlaams/Poolse schrijfster en filosofe Alicja Gescinska biedt ons een liefdevolle blik op de culturele rijkdom uit Centraal Europa.
    Door Meike Huber

    ‘Uit je comfortzone’, is de insteek van DutchCultures Europadag, 11 december aanstaande. Internationale samenwerking verloopt vaak via de reeds gebaande paden, veelal met de landen waar we de weg al weten. Maar dat betekent gemiste kansen, Europa heeft nog zoveel meer te bieden. Neem de, vanuit de kunst en cultureel gezien rijke landen uit de Visegrád groep: Tsjechië, Slowakije, Hongarije en Polen. Schrijfster en filosofe Alicja Gescinska ontvluchtte als kind met haar ouders de drukkende politieke situatie in Polen. Nu woont en werkt ze in België. Als geen ander kent ze die rijkdom.

    Zoals we allemaal weten komt veel schoonheid voort uit ellende. Wat heeft de Poolse geschiedenis waarvoor u vluchtte gebracht aan kunst(stromingen)?
    De Poolse geschiedenis is misschien wel bij uitstek de bevestiging van bovenstaande stelling: het tragische is een vruchtbare bodem voor het schone. Doorheen de eeuwen is Polen als land en natie veelvuldig beproefd door het noodlot, hun bestaansrecht is vaak ondermijnd. Juist daardoor is de liefde voor taal en het schone en de poging om via kunst zin aan het bestaan te geven in Polen door de eeuwen heen sterk ontwikkeld. Het is geen toeval dat Polen zoveel grote componisten en musici kent: Chopin, Szymanowski, Paderewski, Penderecki, noem maar op. Of dat al meerdere Polen de Nobelprijs voor de literatuur hebben gewonnen; en dat er ook enkele geweldige schrijvers zijn die deze niet hebben gewonnen en toch tot het kruim van de wereldliteratuur behoren: Bruno Schulz, Witold Gombrowicz, en ook Jarosław Iwaszkiewicz. Elke rechtgeaarde literatuurliefhebber draagt die toch in zijn hart.
     
    Wat kunnen wij, Vlamingen/Nederlanders daarvan leren?
    Ik denk dat we vooral onze eigen vooroordelen over Polen moeten opbergen. Polen, dat associëren we hier vooral met arbeiders en poetsvrouwen, alsof het een soort volk van de arbeid is. Hoe vaak heb ik daarover – al dan niet grappend bedoeld – opmerkingen over gehoord? Heel ergerlijk. Ik zou graag hebben dat het eerste waar mensen aan denken als ze aan Polen denken, niet hun poetsvrouw of klusjesman is, maar juist die grote artistieke zielen die mee het kloppend hart van de Europese beschaving hebben gevormd. Ook het stereotype van de Polak katolik – een stereotiep beeld dat niet enkel buitenlanders van Polen, maar ook veel Polen van zichzelf hebben – mag wat mij betreft opgedoekt worden. Polen is allerminst een homogeen, monolitisch cultuurblok; waarbij elke Pool een conservatieve katholiek en nationalist is. Integendeel, Polen is een rijk lappendeken van verschillende achtergronden en al het grootse dat Polen heeft voortgebracht is uit die diversiteit voortgevloeid.
     
    Wat is kenmerkend aan Centraal Europese kunst?
    Dat is een heel moeilijke vraag, want wat is dat ‘Centraal-Europese kunst’. Dat is zo ruim… Ik betwijfel of je daar heel generaliserende uitspraken over kunt maken. Maar goed, als ik het toch moet proberen. Misschien is er wel iets van een oprechte, diepgaandere bezieling die doorheen de ‘Centraal-Europese kunst’ waart: de overtuiging dat met het scheppen van het schone, meer dan een artistiek doel wordt gerealiseerd. Dat kunst een hoger, maatschappelijk, moreel en zelfs geestelijk of religieus doel dient. Ik denk dat l’art pour l’art als creatief principe een behoorlijk typisch westerse uitvinding is. Kunst is vrijwel zelden zomaar een doel op zich in de Centraal-Europese cultuurgeschiedenis, omdat Centraal-Europa heel veel met verdrukking te maken heeft gehad en kunst daardoor vrijwel altijd een hoger, bevrijdend doel heeft gediend.
     
    Nederlandse kunstenaars werken als vanzelfsprekend meer met voor de hand liggende landen als België, Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk samen. Samenwerking met Centraal Europa is minder gewoon en dus minder gemakkelijk. Hoe komt dat eigenlijk, denkt u? Je zou zeggen dat kunstenaars (in de brede zin van het woord) dat ongemakkelijke juist opzoeken. Daar zijn het per slot van rekening kunstenaars voor… Hoe kunnen we dat discomfort overwinnen?
    Is dat zo? Ik weet het niet. Maar als het klopt dat er minder samenwerking is of dat die samenwerking moeilijker ligt, denk ik dat we dat niet als een historische gegevenheid moeten zien. Integendeel. Als je naar de Europese cultuurgeschiedenis kijkt, zie je dat de kruisbestuiving tussen West-, Centraal- en Oost-Europa vaak heel intens en vruchtbaar is geweest. De reformatie en de verlichtingsidealen van vrijheid en verdraagzaamheid, die hun vroege wortels hebben in de eerste tolerantietraktaten uit Hongarije en Polen. De grand tours van de bevoorrechte jongemannen. De intellectuele uitwisseling die wetenschappelijke voortgang mogelijk maakte, denk maar aan Mikołaj Kopernik (Copernicus). Die intellectuele, creatieve wisselwerking is in de vorige eeuw bemoeilijkt door het Ijzeren Gordijn, en ik denk dat Milan Kundera gelijk had toen hij ooit stelde dat dit de ware tragedie van Europa is: niet zozeer de fysieke begrenzing die het continent in twee delen snijdt, maar wel het hek dat tussen de geesten van Europa is geplaatst.
     
    Wat zou het ons opleveren als we dat zouden overwinnen?
    Het zou onze blik verruimen. Onze kijk op de wereld is vaak te westers en we kijken daarbovenop te veel door een angelsaksische bril. In dat opzicht ben ik het eens met George Steiner dat misschien wel de grootste bedreiging voor de Europese eigenheid de voorbije decennia de ‘veramerikanisering’ van onze cultuur is. Dat tast alle aspecten van ons leven aan. Het uit zich in de winkels waar we shoppen, in de taal die we spreken, in de producten die we kopen, in de muziek waarnaar we luisteren, in de boeken die we lezen, noem maar op. Door de angelsaksische dominantie lijdt Europa aan een zekere intellectuele bloedarmoede. Loop eender welke filosofiefaculteit binnen en vraag aan studenten en professoren om tien hedendaagse Engelstalige denkers op te noemen, en je krijgt binnen de tien seconden je antwoord. Vraag hen naar eender welke hedendaagse Russische of Poolse filosoof en stilte zal je antwoord zijn. Zo is het met filosofie, literatuur, muziek. Terwijl er zoveel schoonheid en wijsheid in andere culturen en talen zit.
     
    Welke invloed hebben de actuele ontwikkelingen in Centraal Europese landen op kunst en cultuur? Ik doel dan op een aantal verschillende dingen: op toenemend populisme, gecombineerd met protectionistisch nationalisme.
    De verdeeldheid in Polen is erg groot: er heerst een intense wederzijdse antipathie tussen aanhangers van de conservatieve, nationalistische PiS-regering en de critici ervan. Die antipathie is geworteld in inhoudelijk zeer verschillende perspectieven op ethisch en cultureel vlak. Dat maakt de strijd zo intens, en zorgt ook voor een aanwakkeren van het politiek bewustzijn onder de bevolking, en onder de kunstenaars. Ik zou niet meteen zeggen dat de kunst daardoor meteen meer politiek getint is, maar kunstenaars zijn wel meer doordrongen van het besef dat hun stem een belangrijk politiek en maatschappelijk gewicht heeft. Kunstenaars en denkers houden de vinger op de pols van de samenleving.

    Wie is uw favoriete Poolse kunstenaar (in de breedste zin van het woord) en waarom?
    Dat is een onmogelijke vraag. De Poolse cultuur is bijzonder rijk. In de literatuur zal Czesław Miłosz me waarschijnlijk het meest na aan het hart liggen. Zowel zijn essays als gedichten zijn voedsel voor de geest, balsem voor de ziel. Een intellectueel lichtbaken zoals er nog maar weinigen zijn. In de schilderkunst springt Zdzisław Beksiński er voor me uit. Ik hou van veel van zijn werken, in het bijzonder van een titelloos werk uit het einde van de jaren ’70. Op dit schilderij zie je skeletten in kleine groepjes op hoge rotsblokken rond een vuurtje zitten. Op sommige rotsen zitten geen geraamtes en is het vuur gedoofd. Iedereen ziet iedereen zitten, maar niemand kan naar elkaar toe. Iedereen zit in zijn eigen groepje, op zijn eigen eilandje. Eenzaam, geïsoleerd. En allemaal weten ze: ooit dooft ook ons vuur. Ik vind het een prachtige, maar triestige metafoor voor het menselijke bestaan. Beksiński had een heel eigen stijl, fantastisch surrealisme noemen ze het. Zijn schilderijen en tekeningen zijn zo luguber en macaber en tegelijkertijd zo diepmenselijk en vertederend. Zo afstotend en toch zo troostend. Maar als ik toch één kunstenaar moet kiezen, dan zullen zowel Miłosz als Beksiński het onderspit moeten delven voor Chopin. Er gaat geen week voorbij zonder dat ik verschillende uren naar Chopin luister. De troostende tristesse die in zijn nocturnes zit, helpt toch altijd om het leven wat dragelijker te maken.

    Alicja Gescinska

     

  • Database vertelt het verhaal

    Database vertelt het verhaal

    27 november 2018
    DutchCulture gaf op de ambassade in Berlijn een preview van onze nieuwe database: alle activiteiten van alle Nederlandse kunstenaars wereldwijd in één oogopslag

    Renske Ebbers, DutchCulture's landenmedewerker Duitsland, presenteert de nieuwe database, online vanaf 18 december, op de Nederlandse ambassade in Berlijn en licht vast een tipje van de sluier over welke belangen de database kan dienen.

    We zijn er inmiddels aan gewend: wie in het culturele veld werkt, moet haar werkzaamheden zichtbaar en de impact voelbaar maken. Niet alleen cultuurmakers en kunstenaars ruimen hier steeds meer tijd voor in, ook bij beleidsmakers staat het hoog op de agenda. Zo komt het dat ook ik als internationaal cultuurbeleid-coördinator voor DutchCulture onze splinternieuwe database mocht presenteren op de Nederlandse ambassade in Berlijn. Na de lancering over drie weken zullen daar alle internationale activiteiten van Nederlanders op het gebied van kunst en cultuur verzameld, gesorteerd en met name gezien worden. Thematische tendensen, groeiende disciplines of stedelijke hotspots, die nu gemeenschappelijk aangenomen maar niet altijd aangetoond kunnen worden, hopen aan de nieuwe database een existentierecht te ontlenen.

    Zichtbaarheid en impact
    Voor het culturele veld zal het een informatie- en inspiratiebron worden die de stap naar het buitenland nog toegankelijker maakt, en bovendien door de groeiende verzameling als internationaal paspoort kan dienen. Hoe zit dat op beleidsniveau? Voor mijn toehoorders in Berlijn, werkzaam voor diplomatische posten in cultureel-uiteenlopende regio’s van Duitsland, vormt de database straks een belangrijke bron van informatie. Hoe kun je aantonen dat sinds twee jaar de regionale uitwisseling groeit op het gebied van cultuurparticipatie in Noordrijn-Westfalen? Hoe bewijs je de aanname dat München de go-to stad is voor Nederlandse ontwerpers? Zichtbaarheid en impact van cultuur is belangrijk voor de praktijk van culturele makers en voor het verdedigen van cultuurbeleid op nationaal niveau.

    Een web van samenwerking
    Met de nieuwe database slaan we een slag op internationaal niveau, en dat is voor iedereen die internationaal werkt een grote steun. Voor iemand als ik, die met een been in het Duitse veld, en een in het Nederlandse staat, is het verbinden van informatie over beide cultuurlandschappen heel nuttig. De volgende keer dat ik bijvoorbeeld op een vrieskoude woensdagmiddag in november langs het KW Institute for Contemporary Art in Berlijn loop, vind ik online in een oogopslag een verhaal over het belang van deze plek voor Nederland: gebaseerd op het aantal en het soort kunstenaars dat hier tentoonstelde (acht in 2018 waaronder een boekpresentatie), de nieuwsartikelen waarin het een rol speelt (dit is de eerste), de Nederlandse financiering waarmee het in aanraking kwam (Mondriaanfonds). Hoe meer informatie ik kan vinden, hoe meer ik het zal gebruiken, hoe meer informatie er weer bijkomt; en hoe aantrekkelijker het uiteindelijk voor iedereen is om de database actief te gebruiken. En zo worden er steeds meer lijntjes gesponnen tot er een web van samenwerking voor een grensoverschrijdend, cultureel veld ontstaat.

    Van elkaar leren en kansen delen
    Tijdens mijn bezoek aan Berlijn had ik ook een ontmoeting met de hoofdredacteur van Creative City Berlin. Dit is een online cultureel platform voor kunst, cultuur en creatieve industrie. Hier vinden makers informatie over de nieuwste trends, projecten of banen, en met name vinden ze elkaar. Deze ontwikkeling om op een open en transparante manier samen te werken, door van elkaar te leren en kansen te delen, is onmisbaar in tijden van informatieve overvloed, ook op het bonte niveau van internationale samenwerking. Daarom hoop ik dat onze DutchCulture database eenzelfde cultureel platform zal worden: een  archief-binnen-handbereik, argument voor uitspraken, inspirator bij adviezen en bovendien een plek waar verbindingen worden gevonden. 

    De nieuwe database gaat online vanaf 18 december 2018.

     

  • Erasmus Huis feestelijk geopend

    Erasmus Huis feestelijk geopend

    20 november 2018
    Na vijf maanden renovatie opent het Erasmus Huis in Jakarta deze week weer haar deuren, met gemoderniseerde theaterzaal, tentoonstellingsruimte en bibliotheek.

    Het Erasmus Huis is het culturele centrum van de Nederlandse Ambassade in Jakarta - in 2020 is het al 50-jaar een baken van culturele diplomatie. In 1970 werd het Erasmus Huis geopend om de bilaterale relatie tussen Nederland en Indonesië te versterken, met cultuur als bindmiddel.

    Gepassioneerde discussies
    Het Erasmus Huis zet zich in voor het versterken van de betrekkingen tussen Nederland en Indonesië. Ze willen bijdragen aan een positief beeld van Nederland bij de Indonesiche bevolking en kennisuitwisseling bevorderen. Hierbij speelt de historische relatie tussen beide landen een grote rol, maar ook de onderlinge diplomatieke verhoudingen en economische belangen. De doelstellingen van het Erasmus Huis zijn actueler dan ooit. In Nederland woeden gepassioneerde discussies over de dekolonisatie van Indonesië en over de gehele koloniale periode. Tegelijkertijd gebruikt de lokale overheid in Jakarta de nostalgische naam ‘Batavia’ om toeristen te trekken.

    Oren en ogen
    In toenemende mate ontdekken Nederlandse kunstenaars, (culturele) ondernemers en artiesten Indonesië en haar overwegend jonge publiek. Het Erasmus Huis biedt hier een prachtig podium voor, met eigen programmering. "Indonesiërs kijken veel meer vooruit dan Nederlanders, we willen samen vooruit kijken. Erasmus Huis is niet alleen een gebouw, het is een merk. We willen een platform zijn voor discussies, soms over gevoelige onderwerpen als religie of LGBTI", stelde de Nederlandse Ambassadeur in Indonesië Rob Swartbol deze week. Om uitwisselingen mogelijk te maken, zijn oren en ogen in de culturele sectoren van Indonesië en Nederland nodig. Het Erasmus Huis doet dit in Indonesië, DutchCulture in Nederland: beide instituten werken hierbij nauw samen. 

    Organization: 
    Erasmus Huis Jakarta
    DutchCulture
    Location: 
    Erasmus Huis Jakarta