Voel de weerstand en ontdek schoonheid

Verslag van het debat Resistance or Rituals: Performing Arts and Social Change, 9 november Compagnietheater Amsterdam
13 november 2014

Simon van den Berg

“Je leeft niet echt tenzij je een moeilijk pad bewandelt. En de weerstand die je voelt, vertelt je dat je op de goede weg bent.” Met een flitsende verzameling one-liners opende regisseur Peter Sellars zondagavond de discussie Resistance or Rituals: Performing Arts and Social Change in het Compagnietheater. Als eerbetoon aan Frie Leysen, de Erasmusprijswinnares van dit jaar, spraken Sellars (Erasmusprijs 1998) en een selectie internationale theatermakers, tevens vrienden van Leysen. Vooraf speelde het Amsterdams Leerorkest –bestaande uit scholieren uit Amsterdam Zuidoost begeleid door professionele musici van het Nederlands Philharmonisch Orkest– een kort concert met zowel de ouverture uit Carmen als het thema van Pirates of the Caribbean.

Een gedeelde ruimte
Zoals debatleider Neil Wallace na afloop opmerkte, schetste Sellars met grove penseelstreken een donker en gewelddadig beeld van de kunsten. Sellars raakte in zijn keynote speech aan een groot aantal thema’s, die zich concentreerden rondom het belang van kunst die de moeilijke paden bewandelt, ingebed in een historisch kader vanaf de Tweede Wereldoorlog. “Het genie van het Holland Festival, de Wiener Festwochen of het Edinburgh Festival is dat ze gecreëerd zijn door Auschwitz. Het absolute dieptepunt van de menselijkheid dwong Europa om na de oorlog na te denken over de vraag: wie zijn wij? Er moest opnieuw een gedeelde ruimte worden gebouwd om weer naar elkaar te kijken. Hoe kunnen we onze vijand weer als mens zien, of zelfs als vriend? En dat is waar theater voor is uitgevonden.”

Alles voor niets
“Theater is een plek van absolute gelijkheid, waarin we samen een moeilijk gebied kunnen betreden. Omdat niemand veilig is, voordat we samen dat moeilijke gebied opzoeken.” Sellars’s verhaal was grotendeels optimistisch, voorbeelden schetsend van de potentie van kunst om schoonheid te laten zien in lelijkheid en ervan overtuigd dat mensen die schoonheid kunnen zien andere keuzes maken, andere volksvertegenwoordigers kiezen en zo hun land anders vormgeven. Maar ook hij, refererend aan de Amerikaanse senaatsverkiezingen van een paar dagen eerder, kan niet anders dan concluderen dat de inspanningen van kunstenaars en hun belangenbehartigers weinig uitgehaald hebben. “Wat we zien in mijn land en in Groot Brittannië is wat er gebeurt als je de kunsten van het dagelijks menu afvoert. Je krijgt boze, angstige burgers, wier enige plezier voortkomt in het pijn doen van anderen. Frie Leysen heeft dertig jaar fantastisch werk gedaan om internationalistische platforms te creëren en in diezelfde dertig jaar is de bevolking in mijn land en in haar land tot de tegenovergestelde conclusie gekomen. Frie, jouw werk van dertig jaar heeft niets uitgehaald.”

Een andere aanpak
De lof die Sellars Frie toezwaait gaat dus vergezeld van een opdracht: “We moeten nieuwe dingen doen. We hebben nieuwe strategieën nodig.” Die nieuwe dingen gaan, volgens Sellars, uit van een groter gevoel van wederkerigheid in de kunsten, niet alleen van de kunstenaar tegenover het publiek, maar ook van kunstenaars in het westen ten opzichte van de rest van de wereld. “We nodigen nu kunstenaars uit Zuid Amerika, Afrika en Azië uit om ‘in gesprek’ te komen. Dat is goed als je elkaar nog niet zo goed kent. Maar nu is de tijd gekomen om met elkaar betekenisvolle, duurzame en wederkerige relaties aan te gaan.” Dit statement diende als aftrap van de discussie tussen Frie Leysen, de Iraanse regisseur Amir Reza Koohestani, conservatoriumdirecteur Paulo Zuben (Brazilië) en theaterdirecteur Seong-Hee Kim uit Zuid-Korea.

Tegen de klippen op
Leysen vertelde over haar eerste ervaringen met weerstand, toen ze als directeur van schouwburg DeSingel in Antwerpen vastbesloten was nieuwe, onconventionele en internationale voorstellingen te halen naar het vrij traditionele theaterlandschap in die stad. “Ik had een overtuiging en was te naïef of te stom om me te realiseren dat het heel moeilijk zou zijn.” Vanuit Iraans perspectief betekent verzet iets anders, zei Koohestani: “Wat jullie verzet noemen, noemen wij gewoon leven.” Met de wijsheid van Sellars dat je het als een compliment moet opvatten als machtige mensen proberen je tegen te houden reflecteerde hij op zijn onenigheden met de machthebbers. “Daarom vind ik het zo problematisch om in Europa te spelen met mijn voorstellingen. Je kunt hier alles zeggen, maar daardoor kun je niks veranderen.”

Zuben vertelde over de functie van kunst voor jonge mensen die vast zitten in hun sociale situatie. “Ze zitten in de val van de herhaling. Als je ze Bach laat horen en leert spelen, leren ze iets ánders. Dat opent nieuwe vergezichten.” Zuben was oorspronkelijk componist, maar werd een bevlogen strijder voor het openen van de muziekwereld voor kansarme jongeren. “Dat heeft mijn leven veranderd. Ik verlang niet terug naar de afzondering van het componeren.”

Seong-Hee ontdekte tijdens haar studie in het westen dat wat in haar thuisland Korea doorging voor moderne kunst eigenlijk alleen maar imitatie was. “Voor mij was het urgent om een platform voor uitwisseling op te zetten om de kunst-scene te voeden. Maar de Aziatische manier van denken is anders: stabiliteit en veiligheid zijn belangrijker dan jouw mening en vernieuwing. Als je iets voor elkaar wilt krijgen geeft niemand je steun.” Het lukte haar om een nieuw theaterfestival op te zetten, en daarvoor een eigen publiek te winnen. “Het conventionele theaterpubliek kwam wel, maar begreep er niets van. Ze vonden het vaak niet eens theater. Maar ik vond een groot nieuw publiek onder liefhebbers van beeldende kunst – architecten, geesteswetenschappers en dergelijke.”

Wallace vraagt Leysen naar ‘de moeilijke plek’ waar Sellars het over had. Voor Leysen heeft dat te maken met de eigenschap om niet geliefd te willen zijn. “De kunst wil veel te veel pleasen. En de kunst moet niet behagen. Het moet tonen waar het pijn doet en het moet zelf een verstorend element zijn. Je moet bereid zijn om niet geliefd te zijn en dat kan erg eenzaam zijn. De politiek gebruikt angst om ons te temmen. En dat werkt zó goed.”

Universele thema’s en nieuwe perspectieven
Leysen benadrukte dat internationalisme geen doel op zich is; het gaat om het zoeken naar het universele. Koohestani ondersteunt dit met een anekdote over zijn eerste internationale productie: “Ik maakte die voorstelling omdat een meisje me verliet en ik nog iets tegen haar wilde zeggen. Dus dat was niet eens een lokaal of een nationaal thema, maar de voorstelling had veel succes in het buitenland. Er zijn dus blijkbaar veel mensen met problemen met vriendinnetjes.” Zuben: “We kunnen niet zonder internationale samenwerking, alleen al omdat je daardoor in Brazilië veel serieuzer wordt genomen.”

Het gesprek komt op de ontwikkelingen voor de toekomst. Seong-Hee schetst een breed perspectief: “In cultureel opzicht behoorde de twintigste eeuw aan Europa. In de eenentwintigste eeuw wordt de logica van de culturele en politieke hegemonie van het westen uitgedaagd. De economische macht verschuift en dat zorgt ervoor dat ook andere manieren van denken naar voren komen, samen met kennis die nu bij minderheden verborgen is. Niet om een nieuwe hegemonie te vestigen maar om een grote diversiteit van culturen en tegengestelde ideeën te laten bloeien.” Leysen ondersteunt deze visie: “Heel vaak hoor ik als ik in Libanon of Egypte kom de kunstenaars praten over filosofen als Deleuze of Foucault en dan vraag ik me af waar de esthetiek of de geschiedenis van de Arabische kunst gebleven is. In Azië zie ik dat verschuiven. Mensen realiseren zich dat als ze het huidige traject volgen, ze heel belangrijke dingen kwijtraken, zoals de bijzondere relatie met de natuur of hun omgang met de dood. Je voelt dat er een beweging ontstaat die dat wil redden nu het nog kan.”

In de geest van de kunst
Aan het eind sloot Sellars zich weer aan bij de discussie en openbaarde zich een duidelijk verschil van inzicht tussen hem en Leysen. Sellars: “Een verschil tussen onze generatie en de volgende is dat zij zich niet meer hoeven te manifesteren in confrontaties met hun ouders of met de instituten. Ze doen het in de vorm van solidariteit. Ze werken grass roots en dat duurt veel langer, maar aan het eind heb je een vorm van participatie en betrokkenheid die veel dieper gaat.” Hij vertelde over Kansas City, waar kunstenaars diners geven om elkaar te helpen en sociale projecten initiëren, zoals een werkplaats waar kinderen uit wrakken een nieuwe eigen fiets kunnen maken. Leysen: “Maar de kunst is er toch niet om problemen op te lossen die de politiek laat liggen? Je moet die verantwoordelijkheid niet nemen. Wij hebben andere dingen te doen.” Sellars: “Maar dat is nou juist het verschil tussen het westen en Azië of Afrika. Voor hen is kunst al onderdeel van het bouwproces. Die kunstenaars maken geen fiets, ze maken een kind en daarmee een gemeenschap. Het is al een spiritueel probleem.”

 Elmer van der Marel
De deelnemers aan de Resistance or Rituals-discussie. Vlnr. Paulo Zuben, Frie Leysen, Seong-Hee Kim en Amir Reza Koohestani. Foto: Elmer van der Marel