Jongeren en democratie
Nederlandse jongeren weten minder over democratie dan leeftijdsgenoten in vergelijkbare, Europese landen (Kohnstamm Instituut, “Nederlandse jongeren weten weinig over democratie”, 2023). Tegelijkertijd blijkt uit recent onderzoek dat zij de democratie over het algemeen wel steunen (Universiteit van Amsterdam, ''Nederlandse jongeren steunen democratie, maar er is een grote opleidingskloof”, 2025). Hun democratische betrokkenheid is echter sterk afhankelijk van hun opleidingstype en sociale achtergrond. Juist op school en thuis en voornamelijk tussen de vroege en late adolescentie, ook wel de ‘formatieve jaren’, bepalen jongeren namelijk hun politieke voorkeur en de rol die zij in de democratie spelen (Dekker, German & De Landstheer, ''Political Socialization Theory, Research, and Application'', 2020). Later in hun leven wijken ze hier nog maar weinig van af (Sociaal en Cultureel Planbureau, “Hoe kijken Nederlanders naar onze democratie en rechtsstaat”, 2024). Op basis van deze bevindingen pleiten onderzoekers voor het beter integreren van burgerschapsonderwijs in het onderwijssysteem en voor een verlaging van de stemgerechtigde leeftijd naar zestien jaar (Mulder et al., Minding the gap! Inequalities in democratic support among adolescents, 2025). Beide voorstellen gaan uit van de gedachte dat democratische betrokkenheid kan worden versterkt wanneer jongeren al vroeg leren deelnemen aan de democratie en hierin worden ondersteund.
Dit onderzoek, het eerste onderdeel van het project Democratie als levend erfgoed, verkent welke rol erfgoedinstellingen in Nederland hierin (kunnen) spelen. Het stelt vragen als: welke waarden en praktijken vormen het erfgoed van de democratie? Wie draagt dit erfgoed? Welke rol kunnen culturele en erfgoedinstellingen spelen in het versterken van het democratisch zelfbewustzijn onder jongeren?
Een mensgerichte benadering
De afgelopen twintig jaar heeft het erfgoedveld een belangrijke ontwikkeling doorgemaakt. Waar erfgoed lange tijd vooral werd opgevat als iets wat op een institutionele manier beschermd en bewaard moest worden, is er tegenwoordig meer aandacht voor de mensen, gemeenschappen en praktijken die erfgoed betekenis geven. Onder invloed van onder meer de UNESCO-Conventie voor het Borgen van Immaterieel Cultureel Erfgoed (2003) en het Verdrag van Faro (2005), (voluit De Waarde van Cultureel Erfgoed voor de Samenleving van de Raad van Europa), wordt erfgoed steeds vaker gezien als iets wat niet alleen wordt geconserveerd maar vooral wordt geleefd, gebruikt en doorgegeven. De zogeheten erfgoedgemeenschappen beschouwen de praktijken, verhalen, kennis en tradities als waardevol en voelen zich verantwoordelijk voor de overdracht en overlevering hiervan. Dit is een mensgerichte benadering van erfgoed in plaats van een objectgerichte benadering.
In lijn hiermee vragen wij ons in dit onderzoek af wat het betekent wanneer we democratie zien als levend erfgoed: niet (alleen) als een politiek systeem met verkiezingen en politieke instituties, maar als een verzameling waarden, vaardigheden en praktijken die door een erfgoedgemeenschap worden beoefend, onderhouden en van generatie op generatie doorgegeven. Hierdoor krijgt het levend erfgoed van democratie de kans om te blijven ontwikkelen en evolueren, wat de veerkracht vergroot. De nadruk verschuift dan van instituties en besluitvormingsstructuren naar de mensen die democratie dagelijks in de praktijk brengen.
Een erfgoedgemeenschap is geen gesloten groep. Volgens Susanne Bergwerff-Verburg, wetenschappelijk medewerker van het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland, kan je een gemeenschap beter zien als een netwerk. Mensen kunnen onderdeel zijn van verschillende netwerken, wanneer ze betrokken zijn bij verschillende vormen van erfgoed en het doorgeven.
Onderzoek onder erfgoedinstellingen
In de maanden april, mei en juni 2026 hebben wij kwalitatief onderzoek uitgevoerd in de vorm van interviews onder dertien erfgoedprofessionals: medewerkers van tien erfgoedinstellingen, zoals musea en archieven, en drie onderzoekers. De geïnterviewden varieerden van educatoren en curatoren tot directeuren en erfgoedspecialisten. Het doel was om uit te zoeken wat er binnen de erfgoedsector al gebeurt op het gebied van het doorgeven van democratische waarden en praktijken, in hoeverre het idee van democratie als levend erfgoed resoneert en hoe dit terug te vinden is in bestaande activiteiten en werkwijzen. Deze instellingen zijn geselecteerd omdat zij in hun tentoonstellingen, educatieprogramma's of publieksactiviteiten expliciet aandacht besteden aan democratie of aan nauw verwante thema's, zoals representatie, participatie, tolerantie, vrijheid en meerstemmigheid. De gesprekken hadden een semi-gestructureerde vorm: ze werden gevoerd aan de hand van een vaste vragenlijst, waarbij ruimte was om in te spelen op onderwerpen die tijdens het gesprek naar voren kwamen. Daarnaast hebben we zes van de deelnemende instellingen bezocht en verschillende tentoonstellingen bekeken en educatieprogramma's gevolgd om de manier waarop deze waarden in de praktijk worden uitgevoerd te onderzoeken.
Onderzoek onder jongeren
Om de ervaringen van jongeren in beeld te brengen hebben we daarnaast een beknopte survey ontwikkeld met tien inhoudelijke vragen over democratie in het dagelijks leven. Deze is verspreid onder jongeren van 16 tot en met 18 jaar in heel Nederland en ingevuld door 18 jongeren. Daarmee richt het onderzoek zich op een belangrijk deel van de erfgoedgemeenschap: de generatie die zich dit erfgoed eigenmaakt en in de toekomst vorm zal moeten geven. Voor deze leeftijdsgroep is gekozen omdat zich juist in deze periode democratisch bewustzijn vormt (Mulder et al. 2025). Daarnaast hebben wij zes semi-gestructureerde diepte-interviews van ongeveer een uur afgenomen met jongeren uit Amsterdam van dezelfde leeftijd. Centraal staat de vraag hoe zij democratie ervaren, welke waarden zij daarmee verbinden en in hoeverre deze benadering bij hun beleving van democratie en bij hun participatie aansluit.
Democracy Fitness
Jongeren, als onderdeel van de erfgoedgemeenschap van democratie, zijn ook de doelgroep van Democracy Fitness. Dit Deense model ziet democratie als een reeks vaardigheden die, net als spieren, getraind moeten worden. Workshops over een van de tien ‘democratische spieren’ uit het Democracy Fitness-model zorgen voor meer democratisch zelfvertrouwen op elk gebied: empathie tonen, actief luisteren, het oneens zijn, je uitspreken, een oordeel vormen, compromissen sluiten, nieuwsgierig zijn, anderen mobiliseren, in actie komen, lef hebben. Volgens het model moeten vaardigheden regelmatig geoefend worden om de democratische samenleving gezond en veerkrachtig te houden. Om het erfgoed van democratie toegankelijk(er) te maken, hanteren wij in dit onderzoek de in het Deense model genoemde spieren en vragen wij in de interviews naar voorbeelden van het gebruik ervan.
Democratische waarden en praktijken
De interviews met erfgoedinstellingen laten zien dat zij, ondanks hun uiteenlopende collecties en het type organisatie, opvallend overeenkomstige waarden en praktijken centraal stellen. Hoewel de terminologie verschilt, is er een duidelijke parallel in de uitgangspunten die zij belangrijk vinden om aan hun publiek over te brengen. Opvallend is dat deze sterk aansluiten bij verschillende democratische spieren uit het Democracy Fitness-model. De waarden en praktijken die hieronder worden besproken, kunnen worden gezien als concrete uitwerkingen van de democratische vaardigheden van dit model.
Meerstemmigheid en representatie
Een van de meest genoemde waarden in de interviews is representatie. Veel instellingen benadrukken dat ze het belangrijk vinden om uiteenlopende verhalen, perspectieven en ervaringen zichtbaar te maken. Het gaat erhierbij ook vaak om wie er gehoord wordt en wie niet.
Bij IHLIA LGBTI Heritage, de erfgoedorganisatie op het gebied van lhbtqia+ in Nederland, kwam bijvoorbeeld in gesprekken over collectievorming en publieksprogrammering naar voren dat de organisatie sterk de nadruk legt op het kijken naar de manier waarop bepaalde groepen historisch gemarginaliseerd zijn binnen archieven en collecties. Exposities en aanvullingen op de collectie nemen deze vraag als vertrekpunt. Vergelijkbare thema's kwamen terug bij het Joods Cultureel Kwartier en Foundation We Are, waar meerstemmigheid wordt gezien als essentieel uitgangspunt. Het is bij deze organisaties belangrijk dat uiteenlopende ervaringen en expertiseniveaus naast elkaar kunnen bestaan en in eenzelfde evenement of expositie een plaats kunnen krijgen. Denk hierbij aan de verschillende facetten en ervaringen van de joodse identiteit of visies op actuele maatschappelijke vraagstukken.
In het project Designing Democracy van Foundation We Are, dat oproept tot een hernieuwde inzet voor democratische dialoog, komt meerstemmigheid duidelijk naar voren. “We verliezen steeds meer het vermogen om moeilijke onderwerpen met elkaar te bespreken zonder elkaar direct te proberen te overtuigen", aldus directeur Bernhard Lenger. Volgens hem zouden in een democratie meerdere perspectieven en waarheden naast elkaar moeten kunnen bestaan. Dit vormde het vertrekpunt voor Designing Democracy, waarin wordt onderzocht hoe kunst en ontwerp kunnen bijdragen aan nieuwe vormen van democratische participatie en verbinding kunnen creëren tussen verschillende perspectieven, zonder één waarheid centraal te stellen.
Dialoog
Een andere terugkerende waarde was ontmoeting en dialoog. Veel erfgoedinstellingen beschrijven hun maatschappelijke rol als het creëren van ruimtes waarin mensen met verschillende achtergronden, overtuigingen en ervaringen elkaar kunnen ontmoeten en van elkaar kunnen leren. Het gaat hierbij niet om het met elkaar eens zijn, maar juist om het ontwikkelen van begrip voor andermans perspectieven.
Een mooi voorbeeld hiervan is educatieprogramma Voices of Tolerance van Museum Ons' Lieve Heer op Solder. In een lessenreeks gericht op vmbo-leerlingen worden zij uitgedaagd om na te denken over de begrippen tolerantie, respect en acceptatie, en hoe deze invloed hebben op de manier waarop zij omgaan met leeftijdsgenoten met andere ideeën. Door middel van gesprekken en verschillende opdrachten leren de jongeren hun eigen standpunt op een respectvolle manier te verwoorden, te onderzoeken waarom iemand anders een andere overtuiging heeft en te ervaren dat een meningsverschil niet hoeft te betekenen dat je niet meer met elkaar kunt omgaan. Vervolgens krijgen de leerlingen een afsluitende les met zogeheten sleutelfiguren, bijvoorbeeld presentatoren, officieren van justitie of publieke personen, die vertellen hoe zij zelf participeren in de samenleving en wat het betekent om je stem te laten horen, naar elkaar te luisteren en actief mee te doen aan de maatschappij.
Ook Museum Rotterdam heeft perspectiefwisseling en discussie als uitgangspunt. In het educatieprogramma Onder Spanning worden jongeren uit de bovenbouw van de middelbare school en van het mbo geconfronteerd met maatschappelijk prikkelende stellingen zoals: “Rotterdam moet vluchtelingen uit oorlogsgebieden opvangen”. Vervolgens worden zij uitgenodigd om hierover een positie in te nemen en onder begeleiding van een educator met elkaar in gesprek te gaan. Daarna wordt een vergelijkbare stelling in verband gebracht met de Tweede Wereldoorlog in Rotterdam, zoals: “Andere Nederlandse steden en dorpen moeten vluchtelingen uit Rotterdam opvangen”. Door actuele maatschappelijke vraagstukken te verbinden aan een historische gebeurtenis uit hun eigen stad of land worden jongeren uitgedaagd hun standpunten vanuit een ander perspectief te bekijken en hier opnieuw op te reflecteren. Zowel Museum Ons' Lieve Heer op Solder als Museum Rotterdam vinden het belangrijk hen te leren goed te luisteren, open te staan voor andermans mening en met elkaar de dialoog aan te gaan.
Kritisch en vrij denken
Een derde gemeenschappelijke waarde heeft betrekking op kritisch denken en vrije meningsvorming. Verschillende instellingen benadrukken het belang van nieuwsgierigheid, reflectie en het bevragen van bestaande aannames.
Bij de Embassy of the Free Mind staat het idee centraal dat mensen toegang moeten hebben tot verschillende vormen van kennis en perspectieven om zelfstandig tot een oordeel te kunnen komen. Bezoekers worden daarom nadrukkelijk uitgenodigd om zelf bronnen te onderzoeken en verschillende religieuze, filosofische en intellectuele tradities met elkaar te vergelijken. Zoals projectleider Aricia Reitman benadrukt, wil de instelling "geen antwoorden voorschrijven", maar juist ruimte creëren voor "kritisch denken, nieuwsgierigheid en persoonlijke interpretatie."
Een vergelijkbare gedachte komt naar voren bij het Joods Cultureel Kwartier, waar directeur Emile Schrijver een museum omschreef als "een veilige plek voor onveilige ideeën." Volgens hem is het niet de taak van een museum om ingewikkelde gesprekken uit de weg te gaan, maar juist om bezoekers uit te nodigen om onderwerpen met nuance en vanuit verschillende perspectieven te bekijken. "Uiteindelijk hoop ik vooral dat bezoekers iets meer begrip, zachtheid en nuance meenemen,” aldus Schrijver. Bij beide instellingen is dus het doel om niet één waarheid te promoten, maar de bezoekers zelfstandig na te laten denken en de verschillende zienswijzen tegen elkaar af te wegen.
Participatie en eigenaarschap
Tot slot blijkt participatie een belangrijk streven binnen vrijwel alle instellingen. De betrokkenheid van gemeenschappen wordt gezien als essentieel voor de presentatie van erfgoed. Een mooi voorbeeld hiervan is het project Echt Rotterdams Erfgoed van Museum Rotterdam: Rotterdammers kunnen zelf erfgoed aandragen dat volgens hen belangrijk genoeg is om te behouden en door te geven. Vervolgens wordt hierover besloten door een raad waarin ook vertegenwoordigers uit de gemeenschap zitting hebben. Hierbij wordt erfgoed dus door de erfgoedgemeenschap zelf gecureerd.
Ook Paleis op de Dam probeert gemeenschappen op een betekenisvolle manier in de ontwikkeling van het museum te integreren. Zo worden jongeren actief betrokken bij de ontwikkeling van de organisatie, bijvoorbeeld door samen te werken met een ROC waarvan studenten meedenken over de profilering van het Paleis, en met de Cultuur Krakers, een creatief onderzoeks- en ontwerpprogramma voor jongeren van 18 tot 25 jaar in Amsterdam, die de organisatie kritisch bevragen. Ook Museum Ons' Lieve Heer op Solder zet sterk in op langdurige participatie. Jongeren die het Voices of Tolerance-traject hebben doorlopen, kunnen zich aansluiten bij de Voices Community: een groep jongeren die betrokken blijft bij het museum en meedenkt over en meedoet aan activiteiten, projecten en maatschappelijke programmering.
Tegelijkertijd laten onze interviews met erfgoedprofessionals zien dat participatie niet vanzelfsprekend is. Betekenisvolle integratie van participatie en co-creatie in de organisatie blijkt een voortdurende uitdaging. Veel instellingen worstelen met vragen als: wie betrekken we, hoeveel invloed krijgen deelnemers daadwerkelijk, hoe organiseer je participatie op een duurzame manier en waar haal je de benodigde tijd en middelen vandaan? Vrijwel iedereen gaf aan participatie en co-creatie op een betekenisvollere en meer ‘Faro-manier’ te willen integreren. Daarbij werden een gebrek aan tijd, financiële middelen en passende organisatorische structuren steeds opnieuw genoemd als belangrijke belemmeringen. Volgens de geïnterviewden ontbreken de voorwaarden om participatie en co-creatie op een integere manier vorm te geven, zowel binnen de instellingen zelf als binnen de bredere inrichting van de erfgoedsector.
Hanna Schreiber, UNESCO Leerstoelhouder Intangible Cultural Heritage in Public and Global Governance en professor aan de universiteit van Warschau, ziet zelfs potentie voor erfgoedinstellingen om democratische laboratoria te worden wanneer zij participatieve bestuurssystemen inrichten en aan democratische waarden werken. Tegelijkertijd waarschuwt ze dat ICOM, de internationale organisatie voor musea, pas vier jaar geleden de definitie van een museum heeft aangepast en gemeenschappen daarin een plek heeft gegeven. Inclusie en participatie van (erfgoed)gemeenschappen is dus nog heel nieuw.
Erfgoedinstellingen als oefenruimte
Uit de interviews blijkt dat hoewel erfgoedinstellingen een belangrijke en actieve rol spelen in de overdracht van het erfgoed van de democratie, die rol vaak impliciet blijft. De meeste culturele instellingen spreken niet over het overdragen van democratie als expliciete doelstelling, maar over dialoog, participatie, representatie, ontmoeting en gemeenschapsvorming, wat later in het gesprek aan democratie werd gekoppeld. Dus pas wanneer deze praktijken vanuit de lens van democratie als levend erfgoed worden bekeken, wordt duidelijk hoe nauw zij met democratie verbonden zijn. Het zijn juist deze waarden, praktijken en vaardigheden die democratisch samenleven mogelijk maken, in stand houden en dus het erfgoed van de democratie vormen.
Erfgoed blijkt bovendien een bijzonder eigenschap te hebben. Het kan fungeren als een ingang voor gesprekken over hedendaagse maatschappelijke vraagstukken, terwijl het tegelijkertijd een zekere afstand tot het onderwerp behoudt en minder als politiek of identitair wordt ervaren. Zo benadrukte Luna Schwirtz, educator, van Museum Ons’ Lieve Heer op Solder dat historische verhalen een zekere afstand creëren: "Het gaat er vooral om dat mensen zich kunnen verbinden met een verhaal buiten zichzelf. Vanuit dat verhaal ontstaat vervolgens ruimte om na te denken over hun eigen ervaringen en overtuigingen."
Juist doordat gesprekken beginnen bij historische verhalen, objecten of ervaringen van anderen, ontstaat er ruimte om actuele thema's die in het verlengde van dit erfgoed liggen bespreekbaar te maken en nodigt het uit tot persoonlijke reflectie. Bezoekers hebben niet het gevoel dat zij meteen een standpunt moeten innemen of een politieke keuze moeten maken, zoals wel het geval is bij andere vormen van democratische participatie. Het fungeert als een veilige ingang voor persoonlijke reflectie, ontmoeting en dialoog, en biedt bezoekers de mogelijkheid om democratische vaardigheden actief te beoefenen terwijl zij tegelijkertijd een bepaalde anonimiteit en zelfstandigheid kunnen behouden.
De mate waarin de onderzochte instellingen deze thema’s aankaarten verschilt. Sommige organisaties kiezen ervoor maatschappelijke thema's en controversiële onderwerpen expliciet bespreekbaar te maken, terwijl andere dichter bij bestaande curricula, examenprogramma's of historische contexten blijven. Toch blijkt uit verschillende gesprekken dat juist programma's waarin deelnemers actief worden uitgedaagd om hun eigen standpunten te onderzoeken, andere perspectieven te ontmoeten en moeilijke gesprekken aan te gaan, vaak een blijvende indruk achterlaten. Democratische vaardigheden lijken, net als erfgoed zelf, vooral doorgegeven te worden door ervaring en oefening.
Jongeren binnen de erfgoedgemeenschap
Binnen de erfgoedgemeenschap van de democratie als levend erfgoed zijn jongeren een belangrijke groep: degenen die met dit erfgoed kennismaken, het zich eigen maken en in de toekomst zullen doorgeven. Maar in hoeverre sluiten de praktijken en waarden van dit specifieke erfgoed aan bij hun belevingswereld? Om die vraag te beantwoorden, is een landelijke survey afgenomen en zijn diepte-interviews gehouden met jongeren van 16 tot en met 18 jaar over hun ideeën over democratie en de ervaringen die hun democratisch bewustzijn hebben gevormd.
Meer dan alleen stemmen
In vrijwel alle gesprekken met jongeren valt op dat zij veel belang hechten aan democratische waarden, maar deze niet direct koppelen aan democratie. Op de vraag waar ze aan denken bij de term democratie, maken ze vrijwel alleen de associatie met verkiezingen en stemrecht. Democratie werd omschreven als "de volkswil" of als "dat wij met zijn allen eigenlijk een beetje bepalen wie er regeert". Ook vrijheid werd direct genoemd: “de vrijheid om te doen en te zijn wie je bent” en te stemmen op wie je wil. Tegelijkertijd geven veel jongeren aan democratie niet bewust te ervaren, iets dat zij toeschrijven aan het feit dat zij nog niet volwassen zijn en nog niet mogen stemmen. Ook geeft een meerderheid aan democratie slechts enkele keren per jaar bewust te ervaren, vaak rondom verkiezingen. Democratie wordt in eerste instantie dus vooral gekoppeld aan formele politieke participatie.
Zodra er in het gesprek meer nadruk kwam op hun eigen ervaringen, beschreven zij een veel bredere verzameling waarden en praktijken als integraal deel van de democratie: respect, luisteren naar andere perspectieven, zorgen voor elkaar, solidariteit, vrijheid en het kunnen omgaan met verschillen komen telkens terug. Zelf vinden ze deze waarden en praktijken ook het belangrijkst. Jongeren blijken dus veel democratische waarden te herkennen en heel belangrijk te vinden, zonder deze automatisch met democratie te verbinden.
Zo beschrijft Louis (17) democratie als het leren omgaan met verschillen: "Ik denk dat een deel van opgroeien in een democratie ook is dat je een hele hoop verschillende geluiden hoort." Mose (16) legde de nadruk op diversiteit en ontmoeting: "Dat je gewoon heel veel soorten mensen hebt en dat ze allemaal een andere mening hebben en dat je met ze allemaal erover kan praten." Ook Reyer (16) ziet waarde in het ontmoeten van andere perspectieven: "Ik vind dat juist wel grappig, want ik vind het wel interessant om te denken hoe zij denken. Dat is ook helemaal niet erg, want zo ontstaan verschillende perspectieven." Ecrin (16) gaat nog een stap verder door democratie niet alleen te koppelen aan de politiek, maar ook aan alledaagse vormen van inspraak en besluitvorming. Volgens haar bestaat democratie niet alleen op nationaal niveau, maar ook in het klein: in alledaagse situaties waarin mensen inspraak hebben en samen besluiten nemen.
Jongeren herkennen democratie vooral als politiek systeem, maar beschrijven democratische waarden als luisteren, respect, solidariteit, diversiteit en ontmoeting als onderdelen van de democratische samenleving die zij belangrijk vinden. Juist vanuit de benadering van democratie als levend erfgoed zijn dit de vaardigheden en praktijken die democratie dagelijks vormgeven en in stand houden.
Overdracht van democratie als levend erfgoed
Hoe vindt de overdracht van democratie als levend erfgoed plaats? Uit de interviews met jongeren blijkt dat democratische waarden en praktijken niet alleen als abstracte kennis worden aangeleerd. Hoewel ze vrijwel allemaal kennis van de geschiedenis van democratie en de instelling van het politieke systeem belangrijk achten, beschrijven ze tegelijkertijd dat deze kennis niet de voornaamste manier vormt waarop zij zelf democratisch gevormd zijn.
Waar hun ideeën over democratie vandaan komen en wie hen heeft geleerd om een democratische burger te zijn, is hun directe omgeving - meer dan het curriculum op school over politieke instituties. Franca (16) vertelt bijvoorbeeld dat het grootste deel van haar ideeën van haar ouders komt. Ook Louis (16) beschrijft hoe normen en waarden niet expliciet worden onderwezen, maar van jongs af aan worden meegegeven: "Het is gewoon iets dat je heel snel oppakt als je een kind bent." Zo verklaart Mose (16): "Van kleins af aan wist ik eigenlijk al dat iedereen gewoon gelijk behandeld moet worden, omdat ik iedereen lief vond en empathie voor iedereen had."
Daarnaast spelen de ervaringen op school die juist niet in het curriculum vallen, binnen verenigingen en in maatschappelijke projecten een belangrijke rol. Verschillende jongeren verwezen naar klassengesprekken, stellingen, vertegenwoordigersrollen of andere situaties waarin zij moesten luisteren naar anderen, hun eigen mening formuleren of gezamenlijk beslissen. Juist deze ervaringen blijven vaak beter hangen dan lessen over politieke systemen of staatsinrichting. Na doorvragen bekennen verschillende jongeren dat ze de inhoud van de lessen al grotendeels vergeten zijn, terwijl zij ervaringen waarin zij zelf actief deelnamen nog altijd helder voor de geest hebben. Zoals Ecrin het omschrijft, fungeren dit soort momenten van actief deelnemen als "een soort van kleine mini-democratieën", waarbij je democratische vaardigheden in de praktijk kan beoefenen.
Juist hierin lijkt de parallel met levend erfgoed zichtbaar te worden. Net zoals bij andere vormen van immaterieel erfgoed, worden democratische waarden en vaardigheden voornamelijk geleerd door ervaring en deelname. Het democratisch zelfbewustzijn zou dus voornamelijk worden opgedaan in dagelijkse ervaringen, persoonlijke relaties en sociale omgevingen. Het moet dus, net als bij Democracy Fitness, worden beargumenteerd, actief getraind en geoefend, wat het levende aspect van het erfgoed benadrukt.
Gehoord worden en invloed hebben
Voor veel van de jongeren is er één voorwaarde voor het voelen van betrokkenheid: het gevoel dat je stem ertoe doet. Ze beschrijven democratische betrokkenheid niet per se als de mogelijkheid om mee te praten, maar vooral als de ervaring om daadwerkelijk gehoord te worden en inspraak te hebben. Een duidelijk voorbeeld kwam naar voren in het gesprek met Franca (16). Nadat haar gevraagd werd of ze een voorbeeld kon omschrijven van een situatie waarin haar mening niet serieus genomen werd, vertelde ze een verhaal over haar voetbalvereniging. Hier werden spelers gevraagd om mee te denken over nieuwe teamindelingen. Hoewel de gesprekken de indruk wekten dat de jongeren inspraak zouden hebben, bleek achteraf dat er niets met hun input was gedaan. Toen de ouders hier vervolgens wat van hadden gezegd, werd hun mening wél in acht genomen. Franca concludeerde: "Dan heb ik wel door dat mijn stem wat minder betekent dan die van volwassenen." De ervaring leidde er uiteindelijk toe dat zij zich minder betrokken voelde: "Nu ben ik inderdaad ook echt van: oké, laat maar."
Ook andere jongeren benadrukten het belang om hun invloed direct te ervaren. Ecrin (16) vertelde hierover: "Als je ziet dat je echt impact maakt, dan krijg je alleen maar meer motivatie om dat te blijven doen." Reyer (16) beschreef iets vergelijkbaars. Volgens hem haken mensen af wanneer zij merken dat er door bijvoorbeeld docenten toch niet naar hen wordt geluisterd: "Ik denk dat als een docent de hele tijd zo'n houding aanneemt, dat dan iedereen wel denkt van: ja, laat maar." Ook Louis (16) koppelde democratische betrokkenheid direct aan het gevoel dat je stem betekenis heeft. Volgens hem is het een groot probleem tegenwoordig dat wanneer mensen participeren, ze vervolgens ervaren dat hun bijdrage geen verschil maakt: "Als je dan ook nog eens niet gehoord voelt als je die ene stem uitbrengt, dan zak je, denk ik, helemaal in elkaar qua democratie."
Democratische betrokkenheid ontstaat dus niet alleen door inspraakmogelijkheden aan te bieden, maar vooral door jongeren daadwerkelijk invloed te laten ervaren. Pas wanneer zij ervaren dat hun bijdrage serieus wordt genomen, groeit het gevoel onderdeel te zijn van de democratische gemeenschap.
Eigenaarschap
Eén uitspraak van Franca (16) vat een belangrijke kern van de jongereninterviews goed samen: "Ik heb gewoon niet echt het gevoel dat ik een soort van echt in deze samenleving zit." Niet een gebrek aan interesse, maar een gebrek aan eigenaarschap lijkt de grootste afstand tussen jongeren en democratie te creëren. Dit gevoel delen veel jongeren. Zij beschrijven democratie als iets waar ze slechts gedeeltelijk onderdeel van zijn. Ruim de helft koos bijvoorbeeld “democratie voelt te ver weg van mijn leven” als de voornaamste reden waarom ze zich minder betrokken voelen bij de democratie. Hoewel sommige jongeren aangeven dat zijzelf en veel van hun leeftijdsgenoten ook wel een gebrek aan interesse hebben, blijkt daar toch vaak wat achter te liggen. Democratie wordt ervaren als iets dat zich afspeelt in de wereld van volwassenen. Franca (16) omschrijft dit treffend: "Ik denk dat wij er ook gewoon op een manier naar kijken van: dit is gewoon wat de volwassenen doen en wij leven gewoon mee." Wanneer de jongeren gevraagd wordt waar ze denken dat deze afzijdigheid aan ligt, koppelen zij dit aan het ontbreken van verantwoordelijkheden zoals belasting betalen of structurele politieke keuzes maken. Ze beschrijven dat zij verwachten zich meer betrokken te voelen zodra zij die verantwoordelijkheden zelf krijgen en bijvoorbeeld mogen stemmen. Democratie voelt dus voor veel van hen als iets waar zij later, als volwassenen, pas volledig onderdeel van worden.
Het verhaal van Ecrin laat echter zien hoe het anders kan. Door haar deelname aan de jongerencommunity van Voices of Tolerance en later het jongerenpanel van het Rijksmuseum ontwikkelde zij juist een sterk gevoel van eigenaarschap. Zij vertelde hoe deze ervaringen haar motiveerden om zich ook buiten deze projecten actief in te zetten binnen de democratie, bijvoorbeeld binnen de gemeenteraad. Democratisch eigenaarschap zou dus dieper kunnen wortelen bij jongeren als ze de ruimte krijgen om mee te denken, verantwoordelijkheid te dragen en te ervaren dat hun stem ertoe doet.
Leren door te doen
De interviews laten zien dat, hoewel jongeren democratie in eerste instantie alleen associëren met verkiezingen en politieke instituties, het voor hen wel degelijk verder reikt. Juist alledaagse ervaringen waarin zij luisteren, samenwerken, verantwoordelijkheid nemen en ervaren dat hun stem gehoord wordt, blijken de momenten waar zij democratische waarden het meest ervaren en gesterkt worden in hun democratisch zelfbewustzijn. Democratische waarden worden daarmee niet alleen overgedragen als kennis, maar vooral door ze te ervaren en te beoefenen.
Is dit voldoende om de jongeren te beschouwen als erfgoedgemeenschap van democratie? Volgens Hanna Schreiber moet democratie daarvoor een essentieel onderdeel vormen van hun identiteit. Het is belangrijk om te benadrukken dat de jongeren zich niet per se actief bewust zijn van democratie, maar wel met met veel passie democratische waarden en praktijken omschrijven die ze belangrijk vinden. Ze maken echter niet direct de vertaalslag naar democratie en wat ervoor nodig is om die dagelijks in stand te houden en te ontwikkelen.
Opvallend is dat de ervaringen van jongeren sterk overeenkomen met de uitdagingen die door erfgoedinstellingen werden benoemd. In de gesprekken met erfgoedorganisaties kwam participatie regelmatig naar voren als een belangrijk streven, maar ook als een ingewikkelde opgave. De jongereninterviews laten zien waarom dit streven zo belangrijk is. Participatie lijkt pas betekenisvol te worden wanneer deelnemers niet alleen mogen meedoen, maar ook ervaren dat hun bijdrage serieus wordt genomen.
Conclusie
Democratie beschouwen als levend erfgoed verandert hoe we naar de rol van de erfgoedgemeenschap en van erfgoedinstellingen kijken. In dit onderzoek wordt zichtbaar hoe nauw het dagelijkse werk van veel erfgoedinstellingen al verweven is met democratie. Tentoonstellingen, educatieprogramma's en participatieve projecten zijn niet alleen manieren om geschiedenis en erfgoed over te dragen, maar ook plekken waar democratische waarden en vaardigheden worden geoefend, ontwikkeld en doorgegeven.
De gesprekken met jongeren maken duidelijk waarom deze ervaringen zo belangrijk zijn. Zij trainen hun democratische spieren door ervaringen waarin zij leren luisteren, samenwerken, verantwoordelijkheid nemen en ervaren dat hun stem ertoe doet. Juist deze ervaringen zijn bepalend voor hun democratische betrokkenheid, gevoel van eigenaarschap en deelname aan de erfgoedgemeenschap. Opvallend genoeg maken veel jongeren zelf die koppeling niet. Hoewel ze veel waarde hechten aan democratische waarden en praktijken, herkennen zij deze niet vanzelfsprekend als fundamenteel onderdeel van democratie. Dit laat de meerwaarde zien van het beschouwen van democratie als levend erfgoed: het biedt handvatten om zichtbaar te maken welke waarden en praktijken essentieel onderdeel zijn van dit erfgoed en toont het belang van samenwerking tussen de erfgoedgemeenschap en erfgoedinstellingen.
Voor erfgoedinstellingen biedt de benadering van democratie als levend erfgoed een nieuw perspectief op de rol die de onderzochte instellingen eigenlijk al vervullen. Zij trainen democratische spieren en werken zo (onbewust) mee aan het versterken van democratie. Ze creëren ruimtes waarin bezoekers verschillende perspectieven tegenkomen, met elkaar in gesprek gaan, leren omgaan met verschillen en worden uitgenodigd om kritisch na te denken over zichzelf en de samenleving. Door deze praktijken bewuster te benaderen als democratische oefenruimtes kunnen tentoonstellingen, educatieprogramma's en participatieve projecten nog gerichter worden ontworpen om democratische betrokkenheid te versterken.
Misschien ligt daarin wel de grootste kans van het beschouwen van democratie als levend erfgoed: bestaande praktijken onderzoeken en verder ontwikkelen zodat die meebewegen met hun tijd, en de waardering voor democratie vergroten in een tijd van democratische ondermijning. Erfgoedinstellingen beschikken bij uitstek over de mogelijkheid om historische verhalen, objecten en ervaringen te verbinden met gevoelige hedendaagse maatschappelijke vraagstukken, zonder dat bezoekers direct een ‘juist’ standpunt in hoeven te nemen. Hiermee biedt de erfgoedsector de mogelijkheid om in een relatief neutrale omgeving democratische praktijken actief te oefenen en eigen te maken. Volgens de ondervraagde jongeren zijn juist dit de momenten die impact maken.
Democratie blijft, net als andere vormen van levend erfgoed, alleen bestaan wanneer mensen het actief onderhouden. Misschien ligt de belangrijkste uitdaging daarom niet alleen in het beschermen van democratische instituties, maar ook in het blijven creëren van meer plekken waar mensen kunnen oefenen met luisteren, verschillen kunnen onderzoeken en ervaren dat hun stem ertoe doet.