Internationaal cultuurbeleid 2017-2020

Het internationaal cultuurbeleid moet onder meer bijdragen aan een sterke Nederlandse cultuursector in het buitenland en meer wederzijds begrip.

Eén van de deelnemers aan 'Future Fashion Practices', een masterclass voor talentvolle Nederlandse en Franse ontwerpers in het Atelier Néerlandais in Parijs, laat haar ontwerpen zien aan minister Bussemaker (l). Foto: Adriaans / Han Nefkens Foundation

Kernpunten van het internationaal cultuurbeleid van de Nederlandse rijksoverheid voor de periode 2017-2020 zijn: meer waardering voor de intrinsieke en maatschappelijke betekenis van cultuur, meer nadruk op het belang van uitwisseling, netwerken en wederkerigheid, een samenhangende en integrale landenaanpak, een inzet op de verbindende rol van cultuur en ondersteuning van culturele diplomatie wereldwijd.

De internationale praktijk
Onder invloed van globalisering en digitalisering is het werkterrein van een groot deel van de kunstenaars, ontwerpers en culturele instellingen mondiaal geworden. De internationale culturele praktijk verandert door de noodzaak van meer kennisuitwisseling, politieke ontwikkelingen, een prominentere ambities van steden en een groeiende betekenis in maatschappelijke vraagstukken als duurzaamheid, mensenrechten en vergrijzing.

Bredere benadering
Internationale culturele samenwerking dient meerdere belangen. Het beleidskader 2017-2020 volgt op de beleidsdoorlichting 2009-2014 door de Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie (IOB) en een advies van de Raad voor Cultuur. Met de Raad en het IOB constateren de ministeries dat in de afgelopen jaren de focus te sterk lag op de economische waarde van cultuur en cultuurexport. Deze smalle benadering doet onvoldoende recht aan de breedte en de betekenis van de internationale culturele praktijk.

In het beleidskader 2017-2020 krijgt de intrinsieke en maatschappelijk waarde van cultuur meer aandacht, zonder dat de economische waarde helemaal uit het zicht verdwijnt. Daarnaast geven de ministeries gehoor aan de oproep vanuit onder meer het culturele veld de positie van de verschillende partijen te verduidelijken en de samenhang en regie te versterken.

Doelstellingen 2017-2020
1. Een sterke cultuursector die in kwaliteit groeit door internationale uitwisseling en duurzame samenwerking en die in het buitenland wordt gezien en gewaardeerd.
Met diverse instrumenten wordt de internationale uitwisseling van aanbod, makers, kennis en kunde gestimuleerd en het werkterrein en de zichtbaarheid vergroot. Meer samenhang in de ondersteuning en daarnaast ruimte voor maatwerk voor initiatieven uit het veld en een duidelijkere positie van DutchCulture moet de slagkracht van het internationaal cultuurbeleid versterken.

Voor acht landen zal een gezamenlijke meerjarige focus worden ontwikkeld: België/Vlaanderen, China, Duitsland, Frankrijk, Indonesië, Turkije, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. Daarnaast is er ruimte voor initiatieven, die indien nodig gebundeld kunnen worden, in landen als Brazilië, Italië, Japan, Zuid-Korea, Suriname en Zuid-Afrika.

Voor de uitvoering van deze doelstelling stellen de ministers van OCW en BZ jaarlijks 5,2 miljoen euro via OCW en 5,6 miljoen via BZ beschikbaar, in te zetten via o.a. de diplomatieke posten, fondsen en ondersteunende instellingen.

2. Meer ruimte voor een bijdrage van cultuur aan een veilige, rechtvaardige en toekomstbestendige wereld
In een wereld vol spanningen, kunnen cultuur en creativiteit bijdragen aan een grotere sociale cohesie en een opener samenleving met meer ruimte voor culturele verschillen. Via culturele verbindingen wil Nederland het wederzijds begrip en vertrouwen versterken met landen rondom Europa, in het bijzonder Egypte, Marokko, Turkije en Rusland. Deze doelstelling is ook relevant voor de werkzaamheden van het Prins Claus Fonds, maar het fonds blijft opereren in een breder aantal landen.

Voor de uitvoering van deze doelstelling stellen de ministers van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en Buitenlandse Zaken jaarlijks 7 miljoen beschikbaar, in te zetten via onder meer de diplomatieke vertegenwoordigingen van Nederland, het Prins Claus Fonds en het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie.

3. Cultuur wordt effectief ingezet binnen de moderne diplomatie
Cultuur laat zien wie we zijn en kan deuren openen die anders gesloten zouden blijven. Alle Nederlandse ambassades en consulaten maken van tijd tot tijd gebruik van de kansen die cultuur hen biedt. In 2017-2020 zal de toegang tot informatie, kennis en het culturele netwerk in Nederland worden verbeterd, zodat de posten op een moderne en professionele wijze invulling kunnen geven aan culturele diplomatie.

Voor deze doelstelling zet de minister van Buitenlandse Zaken 0,5 miljoen euro in via de diplomatieke posten.

Gedeeld Cultureel Erfgoed en Creatieve Industrie
Gedeeld Cultureel Erfgoed is een belangrijk aandachtsgebied in het internationaal cultuurbeleid. Voor de landen die in dit kader van belang zijn zal sprake zijn van maatwerk. Wanneer dit land ook een focusland is zal het gedeeld cultureel erfgoed onderdeel uitmaken van de geïntegreerde meerjarenstrategie.

Voor de creatieve industrie is er binnen het internationaal cultuurbeleid ruimte voor initiatieven van de sector zelf, in de focuslanden en daarbuiten, en een uitnodiging om vanuit de maatschappelijke waarde van de creatieve industrie een bijdrage te leveren aan een veilige, rechtvaardige en toekomstbestendige wereld.    

Het beleidskader 2017-2020 voor het internationaal cultuurbeleid en de bijhorende documenten vindt u op de website van de Rijksoverheid.