28 november 2018

Het kindvriendelijke kinderportret

In Nederland zijn in de Gouden Eeuw ontelbare kinderportretten geschilderd. Kinderen staan daar opvallend ontspannen op. Maar was het wel zo vrolijk?

'Lachende Jongen'. Omstreeks 1625 geschilderd door Frans Hals.

Door Rudi Ekkart

Kinderportretten zijn voor de periode van de negentiende eeuw geen uitzonderlijk verschijnsel; in die tijd zijn kinderen in Europa veelvuldig vereeuwigd. Voor de zeventiende en achttiende eeuw steekt ons land qua hoeveelheid kinderportretten echter duidelijk uit boven andere Europese landen. En niet alleen de hoeveelheid afbeeldingen van kinderen is uitzonderlijk, ook de ongedwongenheid van de kinderen is opvallend. Maar betekent dit ook dat het Nederlandse kind van enige eeuwen geleden een andere positie innam dan de kinderen uit andere landen? Of geeft de oogst aan ongedwongen Nederlandse kinderportretten ons toch een wat geflatteerd beeld van de positie van het kind in die tijden? Het is moeilijk om een betrouwbaar beeld te krijgen van de positie van kinderen in de diverse landen in voorbije eeuwen. Maar we kunnen wel kanttekeningen plaatsen bij de indruk die de kinderportretten ons geeft.

Jezelf belangrijk vinden
Een eerste factor is daarbij dat de Nederlandse portretkunst uit de zeventiende en achttiende eeuw een burgerlijk verschijnsel was. Het had een breder bereik dan in de meeste andere landen. Het laten maken van portretten hangt samen met de welstand van de opdrachtgevers. Maar ook met gevoel van zelfbewustzijn. Men moest de kosten voor het laten  maken van een portret kunnen dragen. Maar men moest zichzelf ook belangrijk genoeg vinden om zichzelf en de gezinsleden te laten vereeuwigen. In de meeste Europese landen voldeden vrijwel alleen vorsten en adel aan deze vereisten. Maar in Nederland waren er honderden regenten en welgestelde kooplieden die zichzelf maar wat belangrijk vonden. Die burgerlijke achtergrond verklaart de omvang van de productie van kinderportretten in ons land.

Staatsieportretten
Veel van de in andere Europese landen geschilderde portretten van vorstelijke en adellijke kinderen, zijn zeer formeel van aard. Ze zijn niet zelden vergelijkbaar met de staatsieportretten van hun ouders en andere volwassen familieleden. De afbeelding van een troonopvolger of van de stamhouder van een eeuwenoude adellijke familie stelde meer formele eisen dan de weergave van een regentenkind uit een Hollandse stad. De familie van dit kind behoorde vaak pas enkele generaties tot de lokale elite. Portretten van Nederlandse kinderen waren daardoor niet zozeer de uitbeelding van de continuïteit van een dynastie. Ze waren veel meer de vereeuwiging van de trots van de ouders op hun nageslacht.

Het temmen van een dier
De burgerlijke achtergrond en de afwijkende motivatie voor het laten maken van beeltenissen van kinderen, zijn dus mede oorzaak van het minder formele karakter van het Nederlandse kinderportret. Maar er is ook nog iets anders aan de hand. Veel Nederlandse kinderportretten uit de zeventiende en achttiende eeuw zijn eigenlijk minder informeel dan ze lijken. We zien kinderen die spelen met een hondje of een ander huisdier, of ze hebben speelgoed bij zich. De afbeeldingen lijken zeer natuurlijk en persoonlijk, maar in werkelijkheid staan die huisdieren en speeltjes maar al te vaak symbool voor moralistische boodschappen. Het temmen van een dier staat voor de discipline waarmee het kind werd opgevoed. Bloemen en vruchten in de handen van kinderen zijn niet zomaar aardigheden of lekkernijen, maar hebben hun eigen religieuze of symbolische associatie. En veel kinderportretten zijn doorspekt met verwijzingen naar dood en sterfelijkheid. De opdrachtgevers waren zich sterk bewust van het grote risico op kindersterfte, ze waren dankbaar dat hun kind leefde.

Charme
Het Nederlandse kinderportret lijkt dus veel ongedwongener dan de meeste kinderportretten uit andere landen, maar in werkelijkheid zien we in de uitbeelding ook veel conventies die het beeld bepaalden. De natuurlijke en gevarieerde uitwerking daarvan geeft de kinderportretten wel extra charme. Wat de portretten bijzonder maken, is dat niet  zozeer de plaats van het kind in de dynastieke geschiedenis centraal staat, maar het kind zelf, zijn opvoeding en zijn toekomstverwachtingen.

Dit is deel I in een serie over kindercultuur in Nederland. Aanleiding hiervoor was het Kinder Cultuurcongres dat Dutch Culture onlangs organiseerde in samenwerking met NAPK, Het Letterenfonds, De Nederlandse Museumvereniging en Cinekid.

Het schilderij 'De Lachende Jongen' van Frans Hals (hierboven afgebeeld) hangt in het Mauritshuis in Den Haag.

Rudi Ekkart is Nederlands kunsthistoricus en van 1990 tot eind 2012 was hij directeur van het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie.