14 mei 2018

Buitengaats maker in beeld: Jorinde Keesmaat

DutchCulture brengt makers in beeld die internationaal gaan. Deze keer operaregisseur Jorinde Keesmaat.

Ruim 4000 Nederlandse makers en organisaties met internationale ambities gaan jaarlijks Buitengaats. DutchCulture brengt ze in een reeks interviews in beeld. Deze keer: Operaregisseur Jorinde Keesmaat. 

Wat doe je allemaal in het buitenland?
Ik heb sinds twee jaar een residentie bij het Center for Contemporary Opera in New York, ik regisseer hedendaagse operaproducties. Ik ben begonnen met een productie van Louis Andriessen, Odysseus' Women + Anaïs Nin, daarna Hester, een opera van de Amerikaanse componist Richard Alan White, en nu regisseer ik To Be Sung, een opera van de Franse componist Pascal Dusapin. Op dit moment ben ik in New York aan het repeteren, op 17 mei gaan we in première. We hebben twee voorstellingen in New York, later komt de voorstelling ook naar Nederland en België. De ambitie is om mijn Amerikaanse producties ook een première te geven in het Muziekgebouw aan ’t IJ.

Wat heeft het internationale werken je gebracht?
Ik ben begonnen in Frankrijk en daarna ben ik naar Amerika gegaan. Nu heb ik daar heel veel werk, ook omdat ik een bepaalde stijl van werken heb en gespecialiseerd ben in nieuwe opera. Ik denk dat de Europese manier van maken en regisseren daar heel goed bij past. Ik word ondersteund door Fonds Podiumkunsten met de Fast Forward Grant. Zonder deze beurs had ik mijn carrière in de VS niet kunnen opstarten. Wat ik fijn vind aan het werken in Amerika is de good for you-mentaliteit. Mensen zijn hier heel snel van okay, let’s do it. Als je overtuigend bent, je hebt een goed idee en je bent omringd door goeie mensen dan kan er van alles hier. Die energie is fijn!

Naast mijn werkzaamheden in Amerika merk ik dat het fijn is om me te omringen met een netwerk van vrouwen. Vrouwen maken heel makkelijk connecties voor je. Zo ben ik een keer naar IJsland gevlogen omdat daar een vrouwelijke intendant zat waarvan ik sterk het gevoel had ‘ik wil een keer met haar van gedachten wisselen’. Zij heeft me weer gekoppeld aan de agent van Phillip Glass en daar komt dan een samenwerking uit voort. Ik realiseer me steeds vaker dat Nederland echt heel klein is als afzetmarkt voor mijn werk. Om veel en beter te kunnen werken is er te weinig plek in Nederland. Dus ik ben genoodzaakt naar het buitenland te gaan. Want als kunstenaar wil je het liefste gewoon creëren. In de operawereld zijn er veel Nederlanders die in het buitenland werken, dat is bijna een cultuur op zich geworden.

Ik heb hier ook echt anders leren communiceren. Nederlanders zijn best direct natuurlijk. Maar dat werkt hier niet. Ik pas nu de sandwichmethode toe.Eerst wat gezellige chitchat, je boodschap en dan weer chitchatten. Dat werkt uitstekend. In Europa zijn we gewend dat een intendant, het hoofd van een operahuis, voor je zorgt, maar dat is in Amerika anders. Je moet het echt allemaal zelf regelen, de resources zijn veel minder, omdat alles zo duur is en mensen voor minder geld werken. De regels van de vakbond zijn leidend, daar moet je mee leren omgaan. Je bent hier op jezelf aangewezen, het concept van selfmade art gaat hier wel op. Het gesubsidieerde landschap in Europa is eigenlijk pure luxe. Door hier te zijn waardeer je ook meer waar je vandaan komt. 

Wat zou je andere makers willen adviseren die ook naar het buitenland willen voor hun carrière? 
Aan andere makers zou ik zeggen: weet heel goed wat je wil. Realiseer je dat het hier financieel anders in elkaar steekt, dat je in eerste instantie niet moet komen voor het geld. Mijn eerste voorstelling was erg goed gerecenseerd, de helft van m’n publiek bestond uit pers, dat maak je in Nederland niet zo snel mee. Die pay-off was enorm en van daaruit kan je door! Je moet je niet laten ontmoedigen. Ik zeg nu tegen mijn nieuwe set-ontwerper die mee is vanuit België, 'ja alles is anders, maar het komt echt goed'. Je moet doorgaan met wat jij voor ogen hebt en gaan staan voor je eigen randvoorwaarden, want het is zeker geen gespreid bed. Dus: gewoon gaan, maar heb niet te hoge verwachtingen. 

Wat zijn je plannen voor na To Be Sung?
Als kunstenaar ben je altijd aan het zaaien. Ik heb hier nu een aantal projecten die ik ga doen met Amerikaanse componisten. Laatst werd ik gevraagd om naar Cuba te gaan. Ik ga eerst een regie doen in Nederland, daarna in België en dan weer terug naar de Verenigde Staten. En ik ben al voor 2021 aan het plannen, erg leuk! 

De opera To Be Sung is op 17 en 19 mei te zien in de Centre for Contemporary Opera in New York. Voor meer informatie over het werk van Jorinde Keesmaat kijk op jorindekeesmaat.nl.