|
Image
Image
Cees de Graaff
Role
Director
Email
c.degraaff [at] dutchculture.nl
 

Na de pauzestand: hoe de Nederlandse culturele sector zichzelf internationaal opnieuw uitvindt

Na de pauzestand: hoe de Nederlandse culturele sector zichzelf internationaal opnieuw uitvindt

Na een jaar coronacrisis kijken vier Nederlandse kunstinstellingen vooruit. Hoe zien en realiseren zij hun internationale ambities? En wat hebben ze geleerd?
Door Vincent Kouters

Het is ruim een jaar nadat het coronavirus de samenleving op zijn kop zette. De lockdown en andere maatregelen die de regering heeft genomen, hebben ook de Nederlandse culturele en creatieve sector hard geraakt. Het effect op de internationale samenwerking is groot. Veel projecten met internationalisering als doel staan inmiddels al een jaar op pauze. En het einde is nog niet in zicht.

Pauzestand

In de zomer van 2020 deed DutchCulture onderzoek naar de gevolgen van deze pauzestand. Hoe stond het ervoor met de internationale werkzaamheden en ambities van Nederlandse instellingen en makers? De bevindingen werden gepresenteerd tijdens een conferentie in debatcentrum De Balie in Amsterdam met als titel: Internationale culturele samenwerking: in pauzestand of stroomversnelling? De conclusie daarvan was dat COVID-19 de culturele sector buitengewoon hard heeft getroffen. De sector is gefocust op overleven en richt zich noodgedwongen op digitaal, lokaal en flexibel werken.

Inmiddels zijn we weer ruim een half jaar verder. De derde golf en verlening van alle maatregelen hebben het culturele leven nog langer stilgelegd. Hoe kijkt de sector nu aan tegen internationalisering? Wat hebben digitaal, lokaal en flexibel werken opgeleverd? En hoe kijken de organisaties nu aan tegen hun missie en bestaansreden, nu de samenleving op sommige punten voorgoed lijkt veranderd?

In dit artikel, een tussentijdse temperatuurmeting, kijken we met Marres, What Design Can Do, Nederlands Dans Theater (NDT) en Noord Nederlands Toneel (NNT) naar deze vraagstukken. Deze culturele organisaties waren ook betrokken bij het onderzoek in 2020.

Bij NDT zien we de livestreams als een apart kunstwerk, dat de choreografen stimuleert om anders over voorstellingen na te denken
Willemijn Maas, Nederlands Dans Theater
Terug naar de basis

“Alles moet nu iedere dag opnieuw bekeken worden,” zegt Valentijn Byvanck, directeur van Marres, Huis van Hedendaagse Kunst in Maastricht, gevraagd naar hoe hij het afgelopen half jaar heeft ervaren. Niks is ooit zeker, geen afspraak is nog heilig in deze tijd. Dat maakt het werken erg lastig. Hij vertelt dat een tentoonstelling met Indiase kunstenaars verplaatst werd van september 2020 naar juni 2021. Inmiddels is deze verplaatst naar najaar 2022, omdat er nog altijd niet gereisd kan worden.

Een tentoonstelling van kunstenaars uit Beiroet staat dit voorjaar wel in zijn museum. Dit is gelukt, omdat hij ze tijdig naar Nederland haalde. “Die wonen nu gewoon een jaar in Maastricht.” Door handig om te springen met kunstenaarsresidenties is het mogelijk om toch buitenlands werk hierheen te halen.

Niet alleen kunstenaars in verre landen zijn moeilijk te bereiken. Ook met mensen op 50 kilometer afstand kan het al lastig werken zijn. Om het jaar organiseert Marres Currents, een tentoonstelling met jonge kunstenaars uit de EUregio. In december moest deze op de dag van de opening meteen sluiten. Dat was heel zuur voor de studenten, herinnert Byvanck zich. Niet alleen omdat er geen publiek kwam, maar ook omdat de voor studenten zo belangrijke ontmoetingen en netwerkmomenten niet doorgingen. “We zijn al die tijd dapper doorgegaan,” zegt hij. “Er is genoeg te doen, maar veel alternatieve werkwijzen zijn minder leuk. Dat is de realiteit nu.”

Media
Image
No Waste Challenge 2020, by What Design Can Do
Caption
No Waste Challenge 2021, by What Design Can Do
Het nieuwe normaal

Ook Willemijn Maas, zakelijk directeur van NDT, moest wennen aan wat blijkbaar het nieuwe normaal was. Aanvankelijk was ze nog blij dat haar dansers vorig jaar na de eerste lockdown weer op het podium stonden. De veiligheidsmaatregelen werden goed nageleefd: er werd anderhalve meter afstand gehouden, de voorstellingen waren aangepast, publiek werd naar de plaatsen begeleid. Maar toch moesten ze in oktober weer dicht. “Daarover waren we wel teleurgesteld,” zegt ze. “Er waren geen uitbraken geweest in theaters. Alles was veilig. Het politieke verhaal over het terugdringen van bewegingen op straat was misschien begrijpelijk. Maar toch was het erg jammer.”

Richard van der Laken, directeur van What Design Can Do, een internationaal platform voor designers, beaamt dat er eind vorig jaar ook in zijn organisatie een omslag in het denken moest plaatsvinden. Aanvankelijk ging hij voortvarend de eerste lockdown in, vol met ideeën. “We hadden ons gestort op coronanieuws binnen de creatieve industrie. Wat doen ontwerpers met die crisis? We deden Zoomcalls, interviews eigenlijk, en organiseerden een online festival. Als ik daar nu op terugkijk, denk ik: dat was ook vooral therapeutisch. Het leidde te veel af van de hoofdzaak. Dus nu ligt de focus weer dichter bij onze missie.”

En die is: “De creatieve industrie in staat stellen om aan de grote issues te werken.” Nu organiseren ze de No Waste Challenge. Designers wereldwijd worden opgeroepen om met radicale ideeën te komen die de hoeveelheid afval moeten verminderen. En het is een succes. “We hebben nu al meer inzendingen dan bij vorige challenges. Het onderwerp resoneert heel erg in deze tijd.” Het helpt ook dat het hoofdzakelijk een online activiteit is. Alleen de fysieke workshops zijn komen te vervallen.

Ik ga ervan uit dat we nog jarenlang in scenario’s moeten blijven denken. Ik kan het woord bijna niet meer horen. Maar als je iets voor elkaar wil krijgen, is het een must
Harmen van der Hoek, Noord Nederlands Toneel
Digitaal

Voor veel culturele instellingen is online gaan nog de enige manier om zichtbaar te blijven. Digitale initiatieven, platforms en streams schoten daarom de afgelopen tijd als paddenstoelen uit de grond. De een gaf simpelweg wat kijkjes achter de schermen om het publiek betrokken te houden. De ander vond zichzelf digitaal opnieuw uit. Met als bijvangst: een groter internationaal publiek dan voorheen.

De ene kunstdiscipline leent zich beter voor een online vertaling dan de andere. De theater- en danssector lijkt er goed mee weg te komen. Zowel NDT als NNT hebben hun internationale publiek zien groeien door online voorstellingen. Goede online content maken kost tijd en geld. Willemijn Maas vertelt dat in de eerste lockdown dansers nog zelf filmpjes online zetten. In de zomer maakte NDT twee afscheidsfilms voor de toenmalige huischoreografen Paul Lightfoot en Sol León. Maas: “Toen dacht ik al: we zetten al die content gratis online, dat kan toch niet? We kunnen niet alsmaar dingen gratis weggeven. Toen ontstond het idee voor de livestream. In september combineerden we een korte tournee door Nederland met een livestream, die de buitenlandse tournee verving. Maar die hybride vorm was van korte duur, omdat de theaters weer dicht moesten.”

De impact van de livestream viel evenwel niet te negeren. “We bereikten een groot internationaal publiek. Er werd vanuit 70 landen naar ons gekeken. Voorheen reisden we met een voorstelling langs misschien 10 landen per jaar. Daarnaast was het ook nog eens een aanzienlijk jonger publiek dan gewoonlijk.”

Dat riep meteen de vraag op wat dit bekent voor de internationale programmering op langere termijn. Binnen de organisatie wordt nu gediscussieerd over de manier waarop buitenlandse tournees in de toekomst vorm worden gegeven. De livestream stelt de groep in staat om minder te hoeven reizen, wat zeker met het oog op het klimaat een positieve ontwikkeling is. Tegelijk willen ze ook voor een fysiek aanwezig publiek spelen. “Het online podium blijven we zeker bespelen. Met welke frequentie valt nog te bezien. Misschien dat verre reizen straks alleen gedaan worden bij voldoende optredens, zodat we niet meer voor twee voorstellingen naar Japan of China gaan.”

Caption
'The BIg Crying', Nederlands Dans Theater
Potentieel ander werk

NNT heeft veel internationaal succes met hun NITE Hotel, een virtueel theaterplatform waarop ze speciaal gemaakte performances vertonen. Ook is er interactie tussen kunstenaars en publiek van over de hele wereld mogelijk. Het idee om een virtueel theater te maken was er al langer dan corona, maar kwam vorig jaar in een stroomversnelling.

Harmen van der Hoek, zakelijk directeur van NNT en Club Guy & Roni, vertelt dat het zowel zakelijk als artistiek een veelbelovend project is. De groep maakte al meerdere producties speciaal voor het platform, zoals Swan Lake The Game en de theaterfilm Oom Wanja. Ook NNT bereikt hiermee meer internationale kijkers dan op een gemiddelde tournee. Bovendien is er in binnen- en buitenland interesse in het NITE Hotel zelf. De digitale infrastructuur kan ook gebruikt worden als virtuele conferentieruimte. NITE Hotel hostte bijvoorbeeld de Eurosonic European Border Breaking Awards en Korzo’s Exploring New Grounds.

NNT ziet mogelijkheden om het virtuele podium te kapitaliseren. Het wordt volgens Van der Hoek een vaste bespeelplek van de groep. “De doos van Pandora is geopend,” zegt hij. “Dit soort ontwikkelingen gaan niet meer weg. Nu hebben we de tijd en mogelijkheid om ermee te experimenteren. Waar het straks op aankomt, is dat we online en fysiek spelen in balans moeten gaan brengen. Ook willen we kijken naar een hybride manier van werken.”

Tegelijk is iedereen het erover eens dat online niet zaligmakend is. Een online ervaring kan nooit de echte, lichamelijke ervaring vervangen. Valentijn Byvanck is daar stellig in. “Online is heel belangrijk, wij maken ook digitale programma's. Maar wat je vorig jaar zag, is dat iedereen enorme hoeveelheden programma's online zette. En dat er nu een online-moeheid optreedt.”

Willemijn Maas is het met hem eens. Maar, zegt ze, bij NDT zien ze de livestreams dan ook als een apart kunstwerk. “Het grootste voordeel is dat je de dansers van heel dichtbij kan zien. De camera kan veel dichterbij komen dan een toeschouwer.” Ook heeft ze gemerkt dat deze manier van spelen de choreografen heeft gestimuleerd om anders over voorstellingen na te denken. Het levert dus niet alleen een ander publiek, maar potentieel ook ander werk op.

Van der Hoek: “Wij doen bewust geen livestreams, maar on demand-theater. Dat doen we om weg te blijven van die theatrale ervaring, die inderdaad niet te evenaren valt. We willen de mogelijkheden van het medium onderzoeken. Zo hebben we een voorstelling vertaald naar een game en een andere naar een film. Nu hebben we NITE Delivery ontwikkeld. Mensen nemen een abonnement en krijgen wekelijks theater thuisbezorgd.”

De coronacrisis heeft de missies van veel organisaties versterkt. Onze rol als verbinder tussen lokale en internationale kunstenaars is groter geworden
Valentijn Byvanck, Marres
Lokaal

Ook bij Marres zijn positieve ontwikkelingen voortgekomen uit de coronacrisis. Die zitten hem in óók lokaal werken. Van september tot november vorig jaar startte Marres een nieuwe traditie: de Limburg Biënnale, met ruim 205 kunstwerken van 150 kunstenaars uit Nederlands en Belgisch Limburg en omgeving. Werk van professionals, amateurs en hobbyisten hing feestelijk door elkaar.

De groepstentoonstelling was een groot succes, memoreert Byvanck, en opende zijn denken over het belang van een lokaal netwerk voor zijn internationale missie. “Ik realiseerde me gaandeweg dat dit mijn rabbit hole was. De Limburg Biënnale opende deuren naar een wereld, waarin ik alles wat ik altijd wilde, kon proberen. Er was veel media-aandacht en veel positieve bijval van het publiek. Ik had het veel eerder moeten doen. Als je een lokale gemeenschap aan je weet te binden, dan breng je die dichter bij het internationale programma dat je hebt. Zo bind je ze aan elkaar. En dat is goed. Want ze versterken elkaar.”

Media
Image
MARRES-'INTIMATE GEOGRAPHIES' 2021-Photo Gert Jan Van ROOIJ
Caption
'Intimate Geographies', 2021, Marres. Photo: Gert Jan van Rooij
Missie

Moet je alles willen vertalen naar een online of lokaal alternatief? Of moet je ook kijken naar diepere veranderingen in de missie van je organisatie? Als de coronacrisis iets heeft gedaan, dan is het wel de missies van veel organisaties versterken, zeggen ze zelf. Zo ziet Byvanck dat zijn rol als verbinder tussen lokale en internationale kunstenaars groter is geworden.

Richard van der Laken ziet hetzelfde. What Design Can Do is een beetje het geweten van de designcommunity. Die rol is alleen maar belangrijker geworden. “Het belang van die internationale community is nu groter dan ooit,” zegt hij. Dat zien we aan de grote internationale belangstelling die de No Waste Challenge krijgt. Maar daarachter ligt natuurlijk het vraagstuk van circulariteit. Hoe gaan we met de planeet om? Misschien moeten we ons wel op dat grotere vraagstuk richten, want daar zal het de komende tijd over gaan.”

Willemijn Maas zegt dat ze missie van NDT opnieuw geformuleerd hebben. Hoewel dat ook te maken heeft met de nieuwe artistiek directeur die het gezelschap sinds 2020 leidt. NDT wil af van “het elitaire imago”. Wereldwijd de beste en bekendste zijn heeft nu minder de nadruk. De groep wil meer het voortouw nemen in het “nadenken over de betekenis van dans in deze wereld”. Over hoe een ander publiek bereikt kan worden. “Voorheen zaten we vaak vast in die productiemachine, die maar voortraasde. Overdag repeteren, “s avonds spelen, altijd maar weer. Er was te weinig tijd voor reflectie. Die is er nu wel en die willen we behouden.”  

Ze ziet deze omslag in denken niet alleen bij NDT, maar bijvoorbeeld ook bij de Raad voor Cultuur en het ministerie van OCW. “We werden altijd heel erg gehouden aan publieksaantallen. Daar deden we zelf ook aan mee door veel te willen toeren. Nu hebben we dit jaar dispensatie gekregen. Maar ook bij de Raad is de discussie op gang gekomen of dat niet voor de komende vier jaar moet en misschien wel langer. Moet er niet veel meer op impact worden gemeten?”

Het belang van de internationale community is nu groter dan ooit
Richard van der Laken, What Design Can Do
Toekomst

De toekomst is onzeker. Dat was hij altijd al. Maar nu is hij nog net iets onzekerder. Hoe zit het straks met de reismogelijkheden? Wanneer wordt het weer normaal om een volle zaal te hebben? Niemand weet het. “Ik ga ervan uit dat we nog jarenlang in scenario’s moeten blijven denken,” zegt Van der Hoek, om daar meteen aan toe te voegen: “Scenario’s. Ik kan het woord bijna niet meer horen. Maar als je iets voor elkaar wil krijgen, is het een must.”

In het najaar heeft NNT met Club Guy and Roni een productie gepland waarin Indiase dansers meespelen. Waarschijnlijk moeten ze al ruim voor de repetities komen en zullen ze een tijd in Nederland wonen, net zoals Byvanck dat deed met zijn kunstenaars uit Beiroet. Maar of dat lukt is onzeker. Want ook al is Nederland dit najaar hoogstwaarschijnlijk helemaal ingeënt, de rest van de wereld is dat zeker nog niet.

Media
Image
NITE Delivery, NITE Hotel, Club Guy & Roni/Noord Nederlands Toneel
Caption
NITE Delivery, NITE Hotel, Club Guy & Roni/Noord Nederlands Toneel

Van der Laken waarschuwt ervoor om niet met een al te Westerse blik naar het reisprobleem te kijken. “Je krijgt nu een tweestromensamenleving. Sommige landen gaan versoepelen, andere nog lang niet. What Design Can Do werkt met partners uit landen als Brazilië en Mexico. Dat zijn zwaar getroffen landen. Het duurt zeker nog twee jaar voordat iedereen daar ingeënt is. Mensen uit Duitsland inreizen zal misschien snel weer mogelijk zijn, maar uit India wordt het lastiger.” Voor het publieke event dat ze eind september hebben gepland, houdt de organisatie qua sprekers daarom rekening met beperkte reismogelijkheden.

Het is duidelijk dat veel organisaties in de culturele sector rekening houden met langdurige of zelfs blijvende effecten van de coronacrisis op zowel hun manier van werken als de aard van het werk. Zeker als het gaat om internationalisering. Wat dat betreft zullen het denken in scenario’s, het gebruik van digitale oplossingen en het flexibel omgaan met kunstenaarsresidenties en (lokale) partnerschappen gemeengoed blijven. Toch zijn de gezelschappen over het algemeen niet negatief gestemd. Vele richten zich op de positieve bijeffecten, zoals het grotere internationale bereik van digitaal werk en de mogelijkheden voor reflectie en aanscherping van de missie.

De doos van Pandora is inderdaad geopend, en niet meer te sluiten. Volgens de Griekse mythe kwam daar in een klap alle mogelijke rampspoed en tegenslag uit. Maar als laatste kwam de hoop, in de vorm van een vogel. Het lijkt erop dat we op dat punt zijn aanbeland.